METHODE
Overzicht en korte omschrijving van diverse bruikbare elementen in martiale taijiquan technieken. Het overzicht beoogt inzicht te geven in hoe de filosofie van complementaire tegenpolen toe te passen in martiale en niet-martiale fysieke en mentale bewegingen. De omschrijvingen betreffen voornamelijk geisoleerde delen van complexe technieken waarbij uitvoerige beschrijvingen van de complete technieken achterwege zijn gelaten en het gebruik van Chinese termen beperkt is.
Differentiatie van technieken en het afzonderlijk onderzoek naar deze "afgeleide functies" is een methode voor verkrijgen van inzicht in taijiquan als martiale kunst. De meest bekende en in het verleden effectief gebleken basismethode bestaande uit discipline, uren trainen per dag en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan een leraar die vaardig is in de kunst maar educatievaardigheden voor overdracht naar de leerling kan ontberen past niet bij de geest van de tijd in Europa anno 2010. Daar hebben we geen tijd meer voor.
Dit overzicht beoogt na zelfstudie in de praktijk gelijktijdig samenbrengen van diverse elementen: Inzicht kan leiden tot correct integreren van samenhangende elementen. Door langzaam te bewegen tijdens het solo oefenen van een serie van meerdere achtereenvolgende technieken (het "lopen" van een "vorm") tegen imaginaire opponenten kan men de afgeleide functies van bewegingen vaststellen en rustig bestuderen. Door het "duwen-met-de-handen" en groot-trekken met een partner te beoefenen kan men deze afzonderlijk geoefende delen integreren en toetsen door toepassing van de Tai Ji theorie in diverse types applicaties
1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen - Standen en Bewegingen
1A1 Standen
1A2 Bewegingen
1B Posities & Richtingen - Stappen en Verplaatsingen
1B1 Stappen
1B2 Verplaatsingen
1B3 Verplaatsingscombinaties
2 Energie en Kracht
Inademen en Uitademen: Adempatroon samenvallend met bewegingen en verplaatsingenSluiten en Openen
Afbuigen van Kracht
Genereren van Kracht
Interne bewegingsmethodes: Keten van Beweging en Eenheidshandeling
3 Linksom of Rechtsom
Vormloze strategische methodes om een externe actie/kracht tegemoet te treden
de 8 Poorten
Wikkelen van Zijde
Roos van Leary
4 Bewustzijn en Bewustheid (Waarneming en Perceptie)
Visualiseren
Hemelse Cirkels
Bewustzijnstoestanden
Verandering van bewustzijnstoestanden (ander/zelf)
fysieke ankers verbinden met staten van bewustzijn
5 Filosofie en Strategie
Gebruik van de Tai Ji filosofie in de praktijk van Tai Ji Quan
Overzicht Taijiquan termen en terminologie Taoistische principes
Overzicht termen Yin-Jang polariteiten
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 2 krachten, 4 manifestaties, 8 trigrammen, 4 richtingen, 4 hoeken en 5 fases
Inzicht en Visie
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A - Houdingen: Standen en Bewegingen
1A1 Standen
Paardstand en Geitstand (Ma Bu)60-40 Stand
Pijl en Boogstand
Katstand
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A - Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A1 Standen
1A1A Paardstand en Geitstand
Een van de belangrijkste standen van Boeddhistische Chinese krijgskunsten is de paard-stand, soms paardrijstand genoemd. In de zogenoemde "externe stijlen" wordt de stand voor martiale applicaties gebruikt. Voor non-martiale rek-en-strek oefeningen wordt deze stand eveneens veel gebruikt. Men staat doorgaans met de voeten meer dan een meter uit elkaar. De voeten kunnen parallel gezet worden, beide met de tenen naar voren wijzend. Het is ook mogelijk beide voeten evenveel naar buiten te draaien. Dat maakt het iets gemakkelijker om lang en diep in deze houding te blijven zitten. De knieen worden iets naar buiten gedrukt en gedraaid en het ziet eruit en het voelt aan alsof er paard gereden wordt.
In Taijiquan worden de voeten precies parallel gezet maar met de voeten een heupbreedte uit elkaar of slechts een beetje meer. De knieen zijn gebogen en de armen hangen langs het lichaam. De Taijiquan variant ziet er meer uit alsof je op een geit zit dan alsof je op een paard zit. Deze stand wordt de Geit-Stand genoemd.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A - Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A1 Standen
1A1B 60-40 Stand
De 60-40 Stand is de basisstand voor de belangrijkste Taijiquan armtechnieken. De naam verwijst naar de verdeling van het lichaamsgewicht: ongeveer 60% op het voorste been en ongeveer 40% op het achterbeen. De knie van het standbeen waar het grootste deel van het gewicht op rust is gebogen en ook de andere knie is licht gebogen. Daardoor "vallen" de knieen iets naar binnen, naar elkaar toe. De rug is recht en rechtop, neus en navel wijzen in dezelfde richting als de voorste voet. De heupen worden horizontaal gehouden zodat niet naar links of rechts overgeheld wordt. De schouders bevinden zich recht boven de heupen, niet verder naar voren of naar achteren. In combinatie met de horizontale heupen houdt dat in dat de rug rechtop geplaatst is.
Essentieel is het hebben van minstens een heupbreedte ruimte tussen de lijn door hak en tenen van de voet van het standbeen, (de voorste voet) en de parallel van die lijn die door de hak van de andere voet loopt.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A - Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A1 Standen
1A1C Boogstand (Pijl-en-Boog Stand)
De pijl en Boogstand lijkt op de 60-40 stand. De verhouding tussen de posities van de voeten is ongeveer gelijk, de daadwerkelijke afstand is in lengterichting iets groter. Daardoor zal in deze stand ongeveer 70% van het gewicht door het standbeen gedragen worden en 30% door het andere been. Hoe groter de afstand tussen doe voorste en acterste voet hoe groter het percentage gewicht op het standbeen
Bij de Pijl-en-boogstand is de voorste voet iets naar binnen gedraaid (minder dan 45 graden) waardoor de lijn door de voet eveneens een andere hoek maakt. Hierdoor is in de Boogstand veel meer ruimte tussen de lijn door de voet van het voorste been en de parallellijn door de hak van de andere voet. deze stand is heeft bijna een vierkant als omtrek om de voeten waar de 6040 stand een rechthoek om de voeten heeft en een vierkant met heupbreedte als lengte en breedte als basis.
In de praktijk is het mogelijk op dezelfde wijze als in boogstand in de 6040 stand de tenen van de voorste voet licht naar binnen te draaien. Een duidelijk verschil tussen 6040 stand en pijl-en-boogstand is dan afwezig.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A - Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A1 Standen
1A1D Katstand
In katstand is rust ongeveer 90% van het lichaamsgewicht op het standbeen en het andere been wordt gezien als leeg. De tenen van deze voet (met gebogen knie) of de hak of voetzool (met been gestrekt) raakt slechts licht de grond. De richtingen waarin de tenen van de voeten wijzen maken een hoek van ongeveer 45 graden. Het andere been, waar het gewicht op rust, wordt aangeduid als vol. in deze stand is het niet mogeljk te schuiven, het draaien van het lichaam om de middenas vlak voor de ruggegraat is wel mogelijk. Het is makkelijker te draaien in de richting van het achterste been., dan zit de heup van het voorste been niet in de weg bij het draaien. De lege voet kleeft aan de grond en kan iets naar voren, achteren, links of rechts schuin in de grond duwen om de bewegingen van het lichaam te compenseren of ondersteunen. Omdat er geen grote bewegingen mogelijk zijn in deze stand is het raadzaam de lege voet te verzetten of het gewicht ernaartoe te verschuiven als een opponent een stap zet en zijn positie wijzigt.
Verder met 1A2 Bewegingen
Terug naar overzicht 1A1 Standen
Terug naar overzicht Frame en Voetenwerk
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen
1A2 Bewegingen
Schuiven Draaien en Kantelen
Trekken en Duwen
Linksom rechtsom Inwaarts en Uitwaarts
Wisselingen van Vol en Leeg met Kruislingse Verbondenheid
Recht tegen Draaiend, Draaiend tegen Recht
Langzaam tegen Langzaam Snel tegen Snel
Hoog Raam, Laag Raam, Open Voordeur en Open Achterdeur
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A2 Bewegingen
1A2A Schuiven, draaien en kantelen
De bewegingen van de romp zijn eenvoudig onder te verdelen: als de lichaamsas niet van positie verandert
is er blijkbaar alleen sprake van een rotatie.
Draaien om de as gebeurt bijvoorbeeld als iemand op de linkerschouder druk uitoefent,
als de benen op dezelfde plek worden gehouden zal vanaf de schouder tot de heup de linkerhelft van het lichaam
weggeduwd worden, naar achteren.
Als de draaias op dezelfde plek gehouden wordt zal de rechterkant van het lichaam iets naar voren komen.
De basis voor de richting waarin neus en navel wijzen wordt met een horizintale stand van de heupen aangegeven door de richting waarin de voet van het standbeen wijst. Als in 6040stand het op het voorste been rust wijzen neus en navel in dezelfde richting als de tenen van het voorste been. Als het gewicht op het achterste been rust wijzen neus en navel in de zelfde richting als de tenen van de achterste voet. Vanuit deze ruststand kan het lichaam iets naar links en iets naar rechts draaien. Hoeveel hangt af van hoe het gewicht over het vooste en het achterse been is verdeeld.
Het schuiven gebeurt als iemand van vooraf tegen romp of hoofd duwt of tegen de armen als die stijf een geheel vormen met de romp. Om geen weerstand te bieden dient het gehele lichaam zich als een geheel weg te laten schuiven naar het achterste been. Het zwaartekrachtecentrum in de buik, iets onder navelhoogte, is het lichaamspunt dat in relatie tot de benen heen en weer verschuift van been naar been, net als het middelpunt van een bal constant even ver van de grond. Als de bal frontaal geraakt wordt verschuift hij, Wordt een zijkant van de bal geraakt dan gaat hij draaien, wordt hij frontaal geraakt met een hoek van 90graden op het oppervlak dan schuift de bal ofwel het hele lichaam in zijn geheel, naar achteren zonder verdere bewegingen, het lichaam draait niet om zijn as. Door de spanning die opgebouwd kan worden wordt door draaien tegen te gaan kan dit aanvoelen alsof er juist wel gedraaid wordt.
Schuiven en draaien kan gecombineerd worden door egaal gelijktijdig evenveel en even snel te schuiven en te draaien. Het kan ook door te beginnen met draaien, dan de translatie en na het schuiven het draaien voltooien. Er kan met schuiven begonnen worden, opgevolgd door een felle draai.
Kantelen is voor het aanleren van een reeks taijiquan bewegingen (de taijiquan vorm) lastig omdat de rug bij het kantelen niet altijd rechtop blijft. Het is uiteraard mogelijk om spierkracht te gebruiken om de rug rechtop te houden als er gekanteld wordt maar dat lijkt strijdig met de doelstelling van het ontspannen. Ontspannen is zo belangrijk voor het leerproces dat om verwarring te voorkomen de nadruk eerst op schuiven en draaien ligt. De derde dimensie kantelen (boven-onder) kan dan later aan draaien (links rechts) en schuiven (voor-achter) toegevoegd worden.
Het is eveneens mogelijk, door lichaamsdelen zo uit te balanceren, dat ondanks de veranderende druk en beweegrichtingen tijdens het kantelen de krachten en de momenten in het lichaam ten opzichte van de Dan Tien en de rug opgeteld 0 zijn en blijven. Dat is erg complex en niet altijd mogelijk. Het gebruik van de bewegingen als martiale techniek wordt bekrachtigd door zowel met de rug recht te buigen met de Dan Tien als draaias. De beweging "Naald op de Zeebodem" is daar een voorbeeld van. In deze beweging buigt men in katstand ver genoeg voorover om met de vingers de grond te raken
Het combineren van links-rechts met boven-beneden, uitgedrukt in de linker en rechterarm, maakt voor kantelen gebruik van het hart als horizontaal en verticaal midden tussen de bovenste en onderste arm en tussen de linker en de rechterarm. Een voorbeeld van een beweging met daarin mogelijkheden om te kantelen, met de linkerarm onder en de rechterarm boven en in 6040stand is een beweging genaamd "borstel-knie, draai-stap" Het eerste deel, borstelen van de knie, verwijst naar aanvang van het kantelen waarbij de borstelende lage hand ondersteund wordt door de andere hoge hand, de draaistap verwijst naar de stap die gezet wordt voor men borstelend, kantelend, naar deze 6040stand verplaatst. Het schuiven-met-draaien dat de borsteling inzet na deze stap is onderdeel van de kanteling met de lage en de hoge arm.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A2 Bewegingen
1A2B Trekken en Duwen
Bewegend van achter naar voor om aan te vallen is krachtig als je jezelf van je achterste standbeen naar je voorste been duwt met je achterste been. Van voor naar achter kunnen we onszelf met het voorste been, het standbeen, naar het achterste been duwen. We kunnen echter ook met het gewicht op het voorste been rustend de achterste knie licht buigen en dan het lichaamsgewicht daar in te laten zinken om vervolgens onszelf op het achterste been trekken met het achterste been. Uitsluitend trekken is niet zo krachtig als uitsluitend duwen. Trekken-met-duwen kan nog krachtiger zijn en is doorgaans beter voor de nauwkeurigheid van een beweging Net als bij schuiven en draaien kunnen we combinaties maken met eerst trekken dan duwen, met eerst duwen dan trekken en met combinaties van duwen-met-trekken.
Als je een aanval moet opvangen als je op je voorste voet staat kun je je achterste knie lichtjes buigen en daardoor je eigen gewicht in je opvouwende achterste been laten zinken. Kracht die een opponent naar je toe brengt kun je daar moeiteloos aan toevoegen en met het zinkproces de grond in leiden.
Deze neutraliserende kracht, gegenereerd door de opponent doordat je je van je voorste op je achterste been laat duwen is de in je pezen opgeslagen energie zo groot dat deze kan ontladen door jezelf weer naar je voorste been te duwen maar uitsluitend met de energie die door het zinken/naar achter geduwd worden in de pezen van je been opgeslagen is, zonder verdere toevoeging van spierkracht door trekken en/of duwen.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A2 Bewegingen
1A2C Linksom Rechtsom Inwaarts Uitwaarts
De draaiingen die de benen onafhankelijk van hun posities en verplaatsingen kunnen maken zijn de bewegingen van de benen om hun eigen as. We kunnen in een stand staan en beide benen naar binnen laten draaien waardoor een krachtinwaarts wordt weggeleid. Beide benen uitwaarts draaien genereert kracht. Beiden benen linksom als je naar linksachter draait zal deze beweging versnellen en zal kracht kunnen toevoegen aan een verder "lege" beweging. Beide benen rechtom draaiend naar voren komen zal een etra zweeppkracht (Jin) toevoegen aan een aanval.
Deze draaiingen van de benen om hun as, roterend om de dijbenen, en om de as tussen scheenbenen en kuitbenen zijn uitermate geschikt voor kracht genereren of kracht wegleiden zonder daarvoor een vooraf waarneembare beweging of uiterlijke positiewijziging te maken.
Dit draaien met de benen is het onderzoek naar verhoudingen tussen het draaien in beide benen de moeite waard.
Wijzigingen in de stand, in het voetenpatroon, zullen altijd wijzigingen in het draaien van de benen vereisen. Enkele mogelijkheden:
-met links beginnen met draaien dan recht
-Met rechts beginnen en dan links toevoegen
-met rechts beginnen en overnemen met links
-verschil in hoeveelheid kracht in het draaien van linkerbeen ten opzichte van de kracht in het rechterbeen
-verschil in de snelheden en versnellingen in het draaien van beide benen
Als dit draaien in de benen gecombineerd wordt met trekken en duwen kost het trekken en duwen minder kracht, het kan sneller uitgevoerd worden en de nauwkeurigheid van de trek- en duwbewegingen neemt toe.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A2 Bewegingen
1A2D Wisselingen van Vol en Leeg met Kruislingse Verbondenheid
De wisselingen van vol en leeg betreffen het volle standbeen en het lege andere been.
In Taijiquan is het gewicht nooit statisch gelijk verdeeld.
De wisseling van standbeen is een omwisseling van vol en leeg in de benen.
De armen zijn kruislings met de benen verbonden: als het linkerbeen vol is is de rechterarm dat ook.
De linkerarm en het rechterbeen zijn dan leeg.
Een opgevulde arm kan gebruikt worden om een grote kracht op te vangen. Doordat de arm vol is zal deze niet weggeslagen worden door de inkomende kracht. Als de arm direct daarna verandert van vol naar leeg kan deze kracht met die leegte weggeleid worden.
Omgekeerd kan het veranderen van leeg naar vol een arm die al contact heeft steeds harder laten drukken tegen de contactplek. hoe voller de arm wordt hoe makkelijker de opponent weggedrukt kan worden.
Uit de kruislingse verbondenheid volgt dat het blokkeren of wegleiden wordt opgevolgd door het respectiuevelijk leeg of vol worden. De benen worden dan vol of leeg.
Recht tegen draaiend draaiend tegen recht
Jang tegen Yin en Yin tegen Jang: rechte bewegingen worden gebruikt tegen draaiende en roterende technieken.
Afweren door blokkeren en afweren door rijgen zijn veelgebruikte rechtlijnige methodes om een cirkelvormige aanval teniet te doen.
Draaiende cirkelvormige bewegingen worden gebruikt om rechte bewegingen zoals snelle krachtige aanvallen
af te wenden. de kracht wordt ontbonden in 2 vectoren als het draaiende cirkelvormig is. Betreft het draaiende een spiraal dan wordt zelfs ontbonden in 3 vectoren.
De benodigde kracht loodrecht op de bewegingsrichting van de aanval wordt door dit differentieren veel kleiner dan de kracht van de aanval
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A2 Bewegingen
1A2E Langzaam tegen langzaam en snel tegen snel
Yin tegen Yin, Jang tegen Jang. Yin wordt als langzaam beschouwd. Als de opponent langzaam beweegt en je beweegt zelf sneller dan geeft dat de opponent de mogelijkheid aan te passen en te versnellen. Als de opponent snel beweegt en daar een langzame reactie tegenovergesteld wordt dan is er te weinig tijd om correct en voortdurend aan te passen.
Met het oog op snelheid met Yin aspect langzam en Jang aspect snel en de mogelijkheden van vertraging en versnelling wordt voor toepassing van Taijiquan als martiale techniek aangeraden snel tegen snel te bewegen en langzaam tegen langzaam.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1A Houdingen: Standen en Bewegingen / 1A2 Bewegingen
1A2F Ramen en Open Deuren
Ramen en open deuren hebben alles te maken met de positie, bewegingen en verplaatsingen
van de opponent ten opzichte van je eigen positie, bewegingen en verplaatsingen.
Ramen zijn er in twee varianten: hoge ramen en lage ramen. Een raam wordt gemaakt door een arm cirkelvormig te bewegen middels het beschrijven van een grote cirkel met de hand. De schouder is het midden, de top van de kegel. De hand omcirkelt de basis. Deze beweging haalt veel weg wat naar je toe gestoken wordt, armen, handpalmen, vuisten, ellebogen, knieen en voeten. Een hoog raam vangt een of meer armen van een opponent op of de benen als die hoog genoeg aanvallen. Een laag raam vangt alle lage aanvallen op, vaak worden die met de knieen, voeten of onderbenen uitgevoerd maar ook lage aanvallen met armen, ellebogen en handen kunnen met een laag raam opgevangen worden. Een raam met slechts een arm kan vaak beide armen of een arm en een been van de opponent neutraliseren. De andere arm blijft dan vrij om met weinig risico op een tegenaanval aan te vallen of een onverwachte aanval van onbekend type toch op te kunnen vangen. Een raam maakt een scherm, een oppervlak dat deel uitmaakt van een virtueel 3d lichaam. Het is vergelijkbaar met een elektron die zo snel om een atoomkern heendraait dat het afgelegde pad van de elektron een bijna ondoordringbaar schild vormt dat een solide oppervlak lijkt te zijn. Bij een hoge snelheid is een lage massa/weinig kracht meer in staat op een grote massa/kracht invloed uit te oefenen. Meer energie.
Open deuren zijn er eveneens in twee varianten: de open voordeur en de open achterdeur. De open voordeur is het plaatsen van de eigen voorste voet zo dat deze met de tenen wijst tussen de voeten van de opponent of zelfs tussen diens voeten staat. De tenen wijzen in beide gevallen min of meer naar de middellijn (van het kruis naar het hoofd) van de opponent met daarop de meeste vitale punten. Het doelbewust aanvallen van de middellijn is zinvoller dan een harde, pijnlijke klap of schop uitdelen alleen maar omdat een plek niet (goed genoeg) wordt verdedigd. Het uitlokken van een resultaatloze aanval is een goede methode om totale controle te krijgen over de ander.
De open achterdeur houdt in dat je voet van achter de tegenstander tussen zijn voeten wijst of zelfs staat. Dit laatste levert bijna altijd een zo groot positioneel voordeel op dat het voor de opponent onmogelijk maakt om een conflict nog te kunnen winnen. De armen kunnen slechts beperkt de achterdeur beschermen maar de voordeur is gemakkelijk te beschermen waardoor een aanval door de voordeur de oppponent een veel hogere kans geeft op een geslaagde tegenaanval.
Het gebruik van Ramen betreft met name bewegingen van het lichaam om zo de arm te kunnen bewegen op gewenste wijze. Het gebruik van open deuren betreft zowel bewegingen als verplaatsingen, de positie ten opzichte van de positie, bewegingen en verplaatsingen van oefenpartner of opponent bepaalt de exacte positionering, richtingen en invalshoeken, raaklijnen, snelheden en versnellingen. Het zetten van stappen is in veel gevallen noodzakelijk om aan de daadwerkelijke situatie aan te passen, geen enkele situatie zal zich aan wens of mening aanpassen tenzij daartoe uitgelokt en daarin trappend. Men kan echter beter niet op het slagen van trucjes rekenen. Het is niet verstandig te verwachten dat een opponent rekening houdt met het correct uitvoeren van verwachte patronen Een opponent die over de vaardigheid van het luisteren naar kracht beschikt en deze gebruikt zal niet in trucjes trappen omdat deze schijnbaar en solide en vol en leeg zal kunnen onderscheiden.
Verder met 1B - Positioneringen (1B1 Stappen en 1B2 Verplaatsingen)
Terug naar overzicht 1A Houdingen 1A1 Standen
Terug naar overzicht 1A Houdingen 1A2 Bewegingen
Terug naar overzicht Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen
1B1 Stappen
Van Wu Ji naar Tai Ji, uitstappen van ruststand naar taijiquan-MaBuVan Geitstand (taijiquan-mabu) naar 60-40 stand
Zijwaarts stappen links en rechts: Wolkenhanden
voorwaarts en achterwaarts stappen: 6040Stand naar Katstand naar 6040Stand
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B1 Stappen
1B1A Van Wuji naar Taiji
Vanuit ruststand naar de geitstand wordt in taijiquan vergeleken met het gaan van Wu Ji naar Tai Ji. Voor het begin is er geen Yin en Jang, van Wu Ji naar Tai Ji gaan houdt in dat een aanvang gemaakt wordt met het maken van onderscheid. Door zinken en armen optillen wordt boven en onder onderscheiden, bij stappen links en rechts en achter en voor door visualiseren van een duwbeweging.
De ruststand is met bijna gestrekte knieen en de hakken tegen elkaar met de voeten beide naar buiten gedraaid. Om in de geitstand te komen wordt begonnen met op uitademing te zinken en de knieen te buigen. Het gewicht wordt naar een van de twee benen verplaatst. hierbij wordt niet overgeheld. Dan wordt de buitenkant van de lege voet, vooral de hak, naar buiten geschoven tot de knie van dat been bijna geheel gestrekt is. De tenen worden naar binnen gedraaid tot deze recht vooruit wijzen in de richting waarin neus en navel wijzen.
Uitademend wordt het gewicht naar dit been verplaatst en het andere been wordt gestrekt. Dit resulteert in het draaien van het lichaam om zijn as. De tenen van het lege, gestrekte been worden met een inademing opgetild; de hak blijft op de grond. Het lichaam terugdraaiend wordt ook het been en daarmee de tenen naar binnen gedraaid. De voet wordt neergezet als hij parallel staat aan de andere voet, eveneens met de tenen naar voren wijzend.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B1 Stappen
1B1B Geitstand naar 6040 Stand
Vanuit Geitstand naar 60-40 stand verplaatsen kan op diverse manieren. Als in 6040 stand na het verplaatsen de neus en de navel dezelfde kant op wijzen als zij deden in het begin in de in geitstand dan zijn er twee mogelijkheden:
1-vanuit geitstand is een voet naar buiten gedraaid en achteruit gezet waarbij de hak over de lijn recht naar achter beweegt. Het lichaam verplaatst weinig.
2-vanuit geitstand wordt een voet naar buiten gedraaid en het gewicht wordt naar dat been verplaatst. Vervolgens wordt de andere voet recht naar naar voren verplaatst en het been eindigt met de verplaatsing als het bijna gestrekt is. Het lichaamsgewicht verplaatst tenslotte grotendeels naar het voorste been
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B1 Stappen
1B1C zijwaarts stappen wolkenhanden
Zijwaarts verplaatsen gebeurt door te zinken op een been en het gestrekte andere been zijwaarts te plaatsen. Dan wordt het lichaamsgewicht naar het verplaatse been verschoven. Vervolgens wordt de andere voet op minder dan een heupbreedte parallel naast de eerste verplaatste voet geplaatst. Als vervolgens het lichaamsgeicht terugverplaatst wordt naar het been waarop het zich bij aanvang bevond is het gehele lichaam opgeschoven. Dit proces kan eindeloos herhaald worden en is een uitstekende qigong oefening om in een weids landschap tot rust te komen.De tweede translatie van het lichaam, het kleine stukje gewicht verschuiven naar de bijgesloten voet, is een andere verschuiving dan de grote verschuiving na het uitstappen. De kleine verschuiving vereist precisie en voelt anders aan, het is verleidelijk om teveel of te snel te verschuiven alsof men de grote verschuiving doet waardoor de schouders verder kunnen verschuiven dan de heupen die zich aanpassen aan de stand van de voeten. Overhellen is het gevolg, langzaam bewegen is het tegengif.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B1 Stappen
1B1D Voorwaarts en Achterwaarts
Voorwaarts en achterwaarts vanuit 60-40stand in 60-40 stand wordt een rimpelstap genoemd en zo voelt het ook. De katstand kan als tussenstap gebruikt worden om diagonaal voorwaarts of achterwaarts te bewegen vanuit 6040 stand naar 6040 stand.
Achterwaarts wordt gebruik gemaakt van naar voren gaan om vervolgens verder naar achteren te gaan, bruikbaar als verdedigende verplaatsing.
Voorwaarts wordt gebruik gemaakt van positiewijziging door eerst de achterste lege voet iets dichterbij te brengen en vervolgens het gewicht naar dat achterste been te verplaatsen. Dat geeft het dan lege voorste been de gelegenheid om een grote stap voorwaarts te nemen en als deze twee stappen gedaan worden zonder voor de opponent waarneembare beweging van het lichaam dan zal deze niet voorbereid zijn op de explosieve voorwaartse tweede verschuiving van het lichaam.
verder naar 1B2 Verplaatsingen
Terug naar overzicht Houdingen 1B1 Stappen
terug naar overzicht Houdingen 1A1 Standen
Terug naar overzicht Houdingen 1A2 Bewegingen
Terug naar overzicht Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen
1B2 Verplaatsingen
Voorwaarts verplaatsenZijwaarts verplaatsen
omdraaien en verplaatsen
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B2 Verplaatsingen
1B2A Voortdurend voorwaarts stappen in zigzag
Voortdurend voorwaarts verplaatsen kan door ruimte te maken voor het horizontaal draaien van de heupen. Dit wordt bereikt door de voorste voet ongeveer 45 graden naar buiten te draaien voordat de voorwaartse beweging ingezet wordt. Om die voorste voet met de hak als draaipunt naar buiten uit te draaien dient het gewicht op het draaimoment op het achterste been te rusten. Daarna wordt het gewicht naar het voorste been verplaatst.
Er zijn 2 methodes te onderscheiden:
1-na het uitwaarts draaien van de voorste voet wordt het gewicht naar het voorste been verplaatst waarbij de hak van achterste voet omhoog komt doordat de heupen horizontaal blijven en de navel en de neus zich in de richting draaien waarin de tenen van de voorste voet wijzen. Als de achterste voetzool helemaal los komt van de grond "valt" die voet en kan deze naar onder het lichaam gesleept worden tot de tenen de vlak naast de voet van het standbeen op de grond gezet worden. Daarna wordt deze lege voet met de zool vlak boven de grond uitwaarts en voorwaarts gesleept tot de knie bijna geheel gestrekt is.
2-Als na het uitwaarts draaien van de voorste voet het gewicht naar het voorste been verplaatst is komt de hak van de achterste voet omhoog. In plaats van met de heupen uitwaarts te draaien kan ook met de heupen in de zelfde positie houdend de voorste voet langs een rechte lijn naar voren en iets omhoog gezwaaid worden. De plek waar de hak daarna neerkomt is de juiste, de hele zool wordt op de grond geplaatst en het gewicht kan naar voren worden geschoven als de knie iets gebogen wordt.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B2 Verplaatsingen
1B2B Uitwaarts draaien en stappen
Vanuit geitstand 90 graden uitdraaien en stappen. Hierbij beginnen de tenen, knieen, navel en neus alle dezelfde richting op wijzend. Als de verplaatsing geeindigd is, na het in-draaien van het achterste been en het in-zetten van bijhorende heup maken de knieen en tenen een 45graden hoek. Voor het in-draaien van de achterste voet en het in-zetten van die heup maar na het verplaatsen van het uit-draaiende been maken de tenen en knieen een hoek van 90 graden en de neus en navel bevinden zich halverwege, 45graden ten opzichte van de voet die nog niet verplaatse en de voet die verplaatst is. Dit houdt in dat de knie en lies van hetuitstappende been tweemaal zo snel draait in graden als het middel. Als dit draaien met verschillende snelheden correct uitgevoerd is zal het in-zetten van de heup met het in-draaien van de tenen van de achterste voet, draaiend met de hak en duwend met dezelfde hak erg krachtig en stevig ondanks de grote druk de interne balans niet verstoren. De stand waarin geeindigd wordt is de 60-40 stand, de boogstand of desgewenst een tussenvorm.
Vanuit geitstand 135 graden uidraaien en stappen komt overeen met 90 graden uit-stappen maar is aanvankelijk moeilijker in uitvoering. . Het is door de extra grote positionele wijziging nog krachtiger uit te voeren dan de 90graden versie. De stand waarin geeindigd wordt is de 60-40 stand, de boogstand of desgewenst een tussenvorm. Uitkomen in 60-40 stand is met het 135 graden draaien voor veel mensen moeilijker dan uitkomen in boogstand
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B2 Verplaatsingen
1B2C Inwaarts draaien en stappen
Inwaarts draaien en 180 graden andere kant op uitstappen. Om 180 graden om te draaien vanuit een 6040 stand wordt eerst het gewicht naar het achterste been verschoven. Dan wordt de voorte voet 90 graden naar binnen gedraaid. Na dit inhaken wordt het gewicht weer naar dit been verplaatst. Dat levert een op-gedraaide spanning in het lichaam op die aangewend wordt om het lege been optillend verder te draaien. Als de voetzool van het opgetilde been zijn positie op heupbreedte en exact 180 graden de andere kant op ten opzichte van de richting van de tenen van de oorspronkelijke voorste voet heeft ingenomen draait de andere heup in als de bijhorende nu achterste voet nog 45 graden verder in-draait. Deze voet is daaarna 90 graden + 45 graden is 135 graden gedraaid met de hak als draaipunt. De andere voet is in 1 stap 135 graden gedraaid.
Verder met 1B3 Verplaatsingscombinaties
Terug naar overzicht 1B1 Stappen
Terug naar overzicht 1B2 Verplaatsingen
Terug naar overzicht Frame en Voetenwerk
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen
1B3 Verplaatsingscombinaties Combinaties van stappenVrij bewegen en verplaatsen
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B3 Verplaatsingscombinaties
1B3A Combinaties
Diverse combinaties van bewegen en verplaatsen komen veel voor. Iemand die zijn linkerarm terugtrekt en daarmee eveneens de linkerschouder en in mindere mate de linkerheup om zijn rechterarm naar voren te brengen om te stompen kan met die teruggetrokken arm en dat op-gedraaid lichaam en eventueel de opgeslagen energie van de weerstand die de vuist ontmoet gemakkelijk en snel direct na de stoot met rechts een vervolgstoot met links uitvoeren. Daarna kan weer de rechtervuist gebruikt worden.
Eerst met links (linkerarm) daarna rechts (rechterarm of rechtervoet) of andersom is een voor de hand liggend patroon dat gebaseerd is op draaien of schuiven-met-draaien.
Eerst laag aanvallen met een schop en dan hoog met een arm als het been geblokkeerd of zelfs vastgehouden wordt bevat een aanval op een hoog raam en vervolgens op een laag raam. Dit bevat een patroon met arm en been en een patroon met hoog en laag.
Een andere veel voorkomende combinatie is vanuit een 6040 stand of een pijl-en-boogstand met kleine "halve" stapjes naar voren komen (de voorste voet hoeft niet naar buiten gedraaid te worden en het lichaam hoeft niet te roteren) om dan de achterste voet achter de voorste te zetten zoals in de rimpelstap
Een reeds beschreven combinatie is het inhaken van de voorste leeggemaakte voet, gewicht naar dat been met ingehaakte voet verplaatsen en dan het andere been uitwaarts zwaaien om 180 graden om te draaien.
Een van de redenen voor het maken van combinaties van stappen, bewegingen en verplaatsingen is het positiespel om ramen en open deuren te gebruiken om de opponent te controleren op zo'n wijze dat men zelf niet blootgesteld wordt aan een succesvolle tegenaanval.
Methode Hoofdstuk 1 Frame en Voetenwerk
1B - Positioneringen: Stappen en Verplaatsingen / 1B3 Verplaatsingscombinaties
1B3B Vrij bewegen en verplaatsen
Vrij bewegen en verplaatsen houdt in dat er geen opponent is die met zijn kracht en richting van aanval bepaalt welke bewegingen en verplaatsingen benodigd zijn om alle Yins en Jangs op te heffen. Met vrij bewegen kan elke gewenste richting opgestapt worden met het lichaam als geheel bewegend en de rug rechtop. Het is een goede oefenmethode om alle stappen in vrije vorm te combineren. Als men vaardig is in het vrij stappen kan men opponenten visualiseren die uit de kompasrichtingen komen en reden geven een specifieke stap, een specifieke beweging en/of een specifieke verplaatsing te doen.
Verder met 2 Energie en Kracht
Terug naar 1B1 Stappen
Terug 1B2 Verplaatsen
Terug naar overzicht 2C Verplaatsingscombinaties
Terug naar overzicht Frame en Voetenwerk
Terug naar inhoud Methode
Methode Hoofdstuk 2 Energie en Kracht
2A Energie
2A1 Inademen en Uitademen
Inademen en uitademen zijn twee polen van het ademen, een activiteit die onderliggend aan alle andere activitieten plaatsvindt. In taijiquan heeft men veel bewegingen zo gemaakt dat zij zowel inademend als uitademend uit te voeren zijn, met een in boeddhistische martiale kunsten normale buikadem of het taoistische omgekeerd ademen. Enkele taijiquan richtlijnen voor het ademen in combinatie met bewegingen en verplaatsingen zijn op vele martiale en niet-martiale technieken toepasbaar.
Voorover buigen, het lichaam naar beneden laten zinken en het buigen of optillen van knieen kan organen van hun plaats duwen. Deze activiteiten gaan makkelijker als er uitgeademd wordt. Tijdens uitademen krijgen die organen in de romp meer ruimte omdat de longen leger worden. Naar buiten draaien van handpalmen, optillen of opspannen van armen of benen en het omhoog komen van het lichaam door het strekken van de knieen valt gemakkelijk samen met inademing. Door expansie is er meer ruimte voor de longen om te vullen, dat geeft deze acties extra stevigheid.
-inademen: rijzen, opvullen strekken Lies/liezen opspannen
-uitademen: zinken, meegeven buigen Lies/liezen ontspannen
-tijdens verschuiven van gewicht zinken dus uitademen (niet van been naar been "springen" maar eerst omlaag dan van been naar been)
-tijdens inademen rijzend slaan/duwen (weg)drukken elleboogstoot valt in het patroon van zinken en rijzen met omgekeerd ademen; is energie-efficient
-tijdens uitademen zinkend slaan/duwen geeft versnelling na blokkering op inademen; is energieontladend
Methode Hoofdstuk 2 Energie en Kracht
2A Energie
2A2 Sluiten en Openen
Door toepassen van Sluiten en Openen valt het ademen samen met de acties van een opponent. Opvullend met inademen en meegevend door uitademen laat het adempatroon het genereren van kracht en wegleiden van kracht als vanzelf gebeuren. Doorgaans wordt als men te maken krijgt met een onverwachte actie schrikt geest of lichaam met een snelle inademing als gevolg. Vervolgens wordt gepoogd de actie te pareren met een reactie. Een reactie zal echter altijd achter de feiten aan lopen en is gebonden aan de limiet van verwerking van signalen door diverse delen van het zenuwstelsel.
Door de tijd te vertragen zoals een springveer energie opslaat terwijl deze ingedrukt wordt, inwaarts spiralend door druk van buitenaf is een beweging of verplaatsing niet meer aan dezelfde reactietijd gebonden als een (lineaire) reactie. Er is in tegenstelling tot bij het opvangen en blokkeren van de aanval immers geen eigen kracht benodigd, het opslaan van energie is geen zelf-geinitieerde beweging of verplaatsing. Ruimte makend door uitademen, door zinken, de lichaamshouding verkleinend en mits mogelijk (stappend en) wegdraaiend wordt de ruimte gemanipuleerd. In plaats van een altijd te late reactie kan zo een minieme tijdspanne en een kleine hoeveelheid bewegingsruimte gebruikt worden om posities vast te stellen en eigen positie te verbeteren daaropvolgend wordt met de volgende inademing het initiatief overgenomen.
Het Sluiten slaat buigend en vertragend energie op; tijdens dit opvouwen wordt soms eerst kracht weggeleid (de raaklijn op de bewegingsrichting wordt constant aangepast)
maar essentieel is het opslaan van energie in de pezen door het neutraliseren.
Het Openen ontlaadt vervolgens deze energie en stuurt uitstrekkend en versnellend de ontvouwende kracht in iedere gewenste richting.
(de invalshoek van de gegenereerde kracht kan constant gewijzigd worden; aangeraden wordt om met het gebogene energie op te slaan en het rechte daarin te zoeken om te ontlanden)
Deze actieve, openende actie wordt omschreven als het ontladen van energie. De oefening Duwen-met-de-Handen is speciaal ontworpen om
vaardigheden als Sluiten en Openen te ontwikkelen.
Methode Hoofdstuk 2 Energie en Kracht
2B Kracht
2B1 Afbuigen van Kracht
Het afbuigen van kracht gebeurt bij voorkeur zo efficient mogelijk. Efficient met de eigen energie omgaan kan door zo weinig mogelijk kracht te gebruiken om de kracht van een oefenpartner of opponent af te buigen.
In de kinematica wordt gebruik gemaakt van vlakke beweging, translatie en rotatie. Vaststellen van deze vlakke beweging is voor het wegleiden van kracht van belang. Als de juiste "afgeleide functies", de ideale raaklijnen, gebruikt worden en het lichaam als een geheel meebeweegt met de opponent is het toevoegen van een heel klein beetje kracht op een tweede punt in het vlak of door een rotatie, de hoek van het vlak wijzigend, of door een translatie, duwend naar een parallel vlak bij voorkeur op slechts kleine afstand voldoende om de opponent onder controle te krijgen voor deze beseft waarom er geen impact is terwijl hij je wel heeft geraakt: er wordt na het contactmoment een toestand van tijdelijk evenwicht gecreerd door een rechtlijnige translatie, met constante snelheid. In deze toestand van tijdelijk evenwicht heffen krachten in lengte breedte en hoogterichting elkaar op en de momenten in lengte breedte en hoogte zijn eveneens in evenwicht.
Een poetische term die goed omschrijft wat je voelt als het je overkomt is het "leiden naar leegte". Om deze techniek te kunnen toepassen dient men zich niet te verzetten tegen betreffende aanval. Voor het wegleiden van kracht is een ontspannen lichaam noodzakelijk. Het gebruik van spieren is daardoor niet noodzakelijk en kan zelfs belemmerend werken. De opponent levert de kracht en daar hoeft slechts een weinig eigen kracht aan toegevoegd te worden om de kracht van de opponent het beoogde doel te laten missen. Het kost tijd en zorgvuldig oefenen om in plaats van te reageren te ontspannen en te zinken maar als dat lukt kan het wegleiden naar leegte toegepast worden en wordt de vernietigende kracht van het opgeven van het ego en het niet bieden van weerstand zichtbaar en vooral voelbaar. De oefening Duwen-met-de-Handen is speciaal ontworpen om vaardigheid van het "wegleiden van kracht" te ontwikkelen.
Methode Hoofdstuk 2 Energie en Kracht
2B Kracht
2B2 Genereren van Kracht
Voor het genereren van kracht is een begrip van spierkracht in samenhang met de veranderende positie van het eigen skelet en de veranderende positie van het skelet van de opponent benodigd. Sensitiviteit voor de wijzigingen in spierspanning bij de opponnent geeft de mogelijkheid om het juiste moment te kiezen om zelf kracht te genereren.
De meest veelzijdige wijze om gebruik te maken van het genereren van kracht is Opvullen. Bijvoorbeeld door een horizontale cirkel te maken met de armen, met de handpalmen inwaarts (naar het gezicht) en de vingertoppen van beide handen tegen elkaar met een uitademing. Met inademen kan men dan visualiseren dat de ruimte tussen de twee armen opvult. Dit zal de armen iets naar buiten duwen en daardoor ellebogen en polsen meer rond en minder hoekig maken. Als deze imaginaire bal met daaomheen de naar buiten drukkende armen tussen het eigen lichaam en dat van de opponent gehouden wordt zal die bal en de spanning in de armen de oppponent weghouden zolang deze niet de armen vastgrijpt of om de bal heen weet te stappen. Verandering in hoeveelheid druk (het vergroten en verkleinen van de bal) het en het veranderen van positie ten opzichte van eigen lichaam en draairichting (het wijzigen van vorm van de visualisatie of van de spinrichting van de balvisualisatie) geeft oneindig veel mogelijkheden om een verdedigende positie te behouden zonder zelf aan te vallen.
Creatief gebruik van deze opvullende kracht kan met het hele lichaam toegepast worden waardoor het hele lichaam stevig wordt zonder starheid, als een rubber bal. Elk gewenst onderdeel van het lichaam kan desgewenst afzonderlijk op dezelfde wijze kracht genereren. Het gebruik van de pezen om energie op te slaan door de juiste bewegingen en verplaatsingen in combinatie met het opvullen resulteert in veerkracht, elasticiteit en buigzaamheid.
Alles vernietigend naar binnen zuigend, alles creatief naar buiten drukkend...Wegleiden van Kracht en Genereren van Kracht. De oefening Duwen-met-de-Handen is speciaal ontworpen om vaardigheid van het "genereren van kracht" te ontwikkelen
Methode Hoofdstuk 2 Energie en Kracht
2B Kracht
2B3 Bewegingsmethodes, Keten van Beweging en Eenheidshandeling
Veel interne bewegingsmethodes van taijiquan zijn gebaseerd op een keten van beweging. Slechts een "van" en een "naar" houding te hebben en zo snel mogelijk in een rechte lijn van de een naar de ander bewegen is niet goed genoeg. Zo snel mogelijk cirkelvormig bewegen is eveneens niet afdoende. Wat beoogd wordt is door manipulatie vanuit de voeten via de benen, gericht door het midden en uitgedrukt in de armen een keten van bewegingen te maken waardoor slechts weinig spierkracht benodigd is. Dit efficient handelen is de optimalisatie van de supply chain
In de kinetica is de formule voor kracht F=m.a: Kracht is massa maal versnelling. Impact is massa maal snelheid. Vertragende technieken als sluiten en ontspannen (geen weerstand bieden) en versnellende technieken als openen en opvullen zijn gebaat bij het gebruik maken van het verschil tussen de kortse weg van a naar b en een spiraalvormige langere weg van a naar b. De langere weg geeft meer ruimte voor versnelling en een maatwerk supply chain kan bij b aankomen met zeer hoge snelheid, ook als men slechts de beschikking heeft over slechts weinig afstand, weinig massa en weinig spierkracht
Door het afwisselen van opgevuld zijn en naar leegte leiden en door het toepassen van andere types wisselingen van Yin en Jang is complexe behandeling van inkomende en uitgaande kracht mogelijk. Als we hierin de keten als een uit vele schakels bestaand Yin aspect beschouwen zal duidelijk zijn dat daar als jang aspect de eenheidshandeling van het lichaam als een geheel tegenover staat. Juist door langzaam oefenen met aandacht voor afzonderlijke details in de keten van beweging zal de integriteit van lichaam, houdingen en handelingen onder onverwachte en extreme omstandigheden bewaard blijven.
De oefening Duwen-met-de-Handen is speciaal ontworpen om vaardigheden als "eenheidsbeweging" en "keten van beweging" te ontwikkelenVerder met hoofdstuk 3 Linksom of Rechtsom
Terug naar overzicht Energie en Kracht
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 3 Linksom of Rechtsom
3A Vormloze strategische methodes
Enkele vaardigheden in taijiquan die geen uiterlijke verschijningsvorm hebben betreffen alle handelingen.
-luisteren naar kracht: voelen
-begrip van kracht: ervaring en voelen van eigen fouten en fouten van ander
Het luisteren naar kracht is het vermogen om zelfs de geringste druk te voelen. Het is mogelijk om bij een opponent aan veranderende spierspanning of lichte beweging door het ademen te voelen. Dit voelen kan niet plaatsvinden met gespannen spieren en het zelf hebben van intenties staat het luisteren naar de intenties van de ander eveneens in de weg.
Als men door langzaam en zorgvuldig oefenen zichzelf kan voelen en rustig en opntspannen genoeg is om de ander te voelen ontstaat langzaam begrip voor de totaalconfiguratie en vervolgens voor de mogelijke totaalconfiguratiewijzigingen en de juiste totaalconfiguratiewijzigingen. Dit totaaloverzicht voor verhoudingen tussen de eigen skeletstructuur en de skeletstructuur van de ander, wijzigende krachten en invalshoeken, de mogelijke wijzigingen in de configuratie en de intenties van de ander wordt aangeduid als begrip van kracht.
Deze 2 vaardigheden worden voornamelijk geoefend door het beoefenen van het spelelement in Taijiquan, het duwen met de handen.
Methode Hoofdstuk 3 Linksom of Rechtsom
3B De 8 Poorten
De 8 trigrammen uit de I Ching kunnen gebruikt worden om diverse soorten van ordening aan te brengen:
-2-dimensionaal in een vereenvoudigde applicatiesetting in een cirkel van 8 kompasrichtingen Zuid Noord West Ooost Noordoost Noordwest Zuidoost en Zuidwest respectievelijk hemel aarde water vuur donder berg meer en wind
-3-dimensionaal in een applicatiesetting zijn het de 8 kwadranten: rechtsvoorboven linksvoorboven rechtsachterboven linksahterboven rechtsvooronder linksvooronder rechtsachteronder linksachteronder
-in tijdcycli: de wisseling der jaargetijden en de wisselingen van dag en nacht, ochtend en avond.
In de ruimtelijke settings betreft het complementaire ordening en plotselinge omslag in een tegendeel. Dit model is erg geschikt om een passende reactie op een specifieke actie van een opponent te bepalen: de acties en veranderingen van de opponent bepalen daardoor altijd welke bewegingen daarvan de complementen zijn. In de settings van de voorbeelden in tijd verwijzen de acht trigrammen naar cyclische processen. In deze ordening komt elke fase voort uit zijn voorganger; deze ordening is geschikt om de opeenvolging in zelf-geinitieerde bewegingen natuurlijk te laten verlopen. Deze 2 methodes van ordening gecombineerd komen overeen met de 8 maal 8 mogelijkheden van 6 Yin-Jangs, de 64 hexagrammen van de I Ching. De complementaire methode wordt voor-hemelse ordening genoemd en de natuurlijke de na hemelse- of innerlijke wereld ordening
Alle ordeningen zijn gebaseerd op de 8 trigrammen die voortkomen uit 8 mogelijke combinaties van 3 maal een Yin of een Jang. Dit is de 3-bit basis voor een eenvoudige verdeling voor groepering van armtechnieken. Fysieke armtechnieken bestaan in praktijk en werkelijkheid uit meerdere opeenvolgende van deze 8 types of uit combinaties van meerdere van de 8 types gelijktijdig
3B1 de 4 Richtingen
De eerste vier van de 8 poorten, de vier richtingen, worden in Taijiquan benadrukt en komen het best tot hun recht in de 6040 stand. De oefening Push-hands is ontwikkeld om de vier richtingen Afweer terugdraai Druk en Duw te oefenen. De 4 richtingen worden in de context van Push-hands vergeleken met een vierkant binnenin een cirkel, rond van buiten hoekig van binnen.
1) Hemel, het creatieve Afweer/opvullend (Peng-jin) is de basis van alle applicaties. Anders gezegd: in elk ander type jin is iets van peng jin terug te vinden. Peng jin voelt aan als een rubber bal, ietwat flexibel maar wel weerstand biedend. Deze peng jin wordt eerst in de armen opgeroepen maar kan in ieder ander lichaamsdeel of zelfs in het lichaam als geheel teoegepast worden. De positie van de voeten bepaalt het bereik van mogelijke posities van een rubber bal, druk van buitenaf laat de bal draaien of duwt de bal naar een andere positie. Een eenvoudige vorm van peng jin met de armen is in 60-40 stand van achter naar voor draaien-met-schuiven met de armen "om de rubber bal geslagen" het naar voren bewegen en draaien laat de bal de armen van een opponent opzij en naar boven wegdrukken. Door de armen niet van positie te laten wijzigen ten opzichte van het eigen lichaam behoudt de bal, de peng jin, zijn integriteit en met deze stevigheid, opgevuldheid, wordt iets weggedrukt.
2) Aarde, het ontvangende Terugdraai/wegleidend (Lu-jin) is wegleiden naar leegte, meegeven aan inkomende kracht met eventueel een eigen toegevoegd trekken of drukken. Lu Jin het is gebaseerd op het plotseling opgeven van de structurele integriteit van Peng Jin, het strategisch aanwenden van het zachte om het harde te vernietigen.
3) Water, het onpeilbare Druk/drukkend (Chi-jin) is drukkend, vol en zwaar. Het is als een dam met een enorme hoeveelheid water erachter...en de dam gaat breken. Chi Jin poogt de Peng Jin van een opponent zo samen te drukken of te manipuleren dat het voetenwerk niet meer bij die peng jin past. De opponent zal daardoor de balans verliezen. Een eenvoudige variant op Chi is het kruizen van een arm over de opponent en vervolgen met de hand van de andere arm tegen de onderarm te drukken. De kruizende arm in een juiste positie kan als hefboom de opponent wegdrukken met weinig spierkracht.
4) Vuur, het schitterende? Duw/Duwend (An-jin) verwijst naar neer-drukkend of weg-duwend, krachtig door ondersteuning van het lichaamsgewicht. De handen worden lichtjes geplaatst en de armen verstevigen slechts kort: als het hele lichaam duwt. Het gewicht levert de kracht, An is zwaartekracht die strategisch gebruikt wordt. Het voelt zwaar aan voor de opponent. Door vaardig gebruik te maken van verandering in de structuur van het eigen lichaam en van het eigen lichaamsgewicht duwt men de opponent.
3B2 de 4 Hoeken
De vier hoeken spelen een prominente rol in veel martiale kusnten. In taijiquan worden de vier hoeken geoefend in de oefening Groot-Trekken waarin de boogstand. ook een rol speelt. De 4 hoeken worden in de context van Groot-Trekken vergeleken met een cirkel binnenin een vierkant, hoekig van buiten rond van binnen
5) Neertrekkend/inwaarts (Tsai-jin) wind, het doordringende
Neertekkend is een variatie op terugdraaien.
Het lichaam kan plotseling extreem zinken waardoor het lichaamsgewicht aan de neerwaartse kracht
toegevoegd kan worden.
De wind is een voortdurende kracht en in de techniek kan men dat beeld vertalen in het voort laten duren
van de neerwaartse kracht. De bewegind dient resoluut en zonder enige twijfel uitgevoerd te worden.
Neertrekken staat in de kompasverdeling tegenover schouderduw en kan uitstekend gebruikt worden
tegen alle technieken waar schouderduw of leunen het kenmerkende onderdeel is.
Omgekeerd kan men als men neergetrokken wordt heeft men door de configuratie die het neertrekken
vereist een mogelijkheid om te antwoorden met een schouderduw.
Dat komt er eigenlijk gewoon op neer dat men zich laat omtrekken en met die kracht van de ander
met toegevooegd het eigen gewicht zich tegen de opponent laat vallen.
6) Splijtend (Lieh-jin) spreidend/splijtend/terugbuigend/uitwaarts donder, het plotselinge. Splijten is gebaseerd op het onverwachte, het schokkende. Het idee van Splijten of Spreiden kan in bewegingen uitgedrukt worden in het hebben van 2 contactpunten en vervolgens die beide punten in een andere richting te manipuleren. dat geeft controle of de bewegingen van het lichaam van de opponent als deze zijn stappen niet op de juiste wijze weet aan te passen aan de twee contactpunten. Splijten kan ook door bij voorbeeld aan een pols te trekken. Als de opponent niet meegeeft aan dat trekken wordt de arm verstijfd vanaf de schouder waarna deze als gescheiden van de rest van het lichaam beschouwd.
7) Vouwend/elleboogstotend Tsai-jin meer, het vrolijke. Als een opponent tegen een pols of hand van een volle arm duwt is het een optie om in plaats van het hele lichaam mee te laten geven aan de druk plotseling de onderarm vanaf de ellebooog leeg te maken. De elleboog vouwt daardoor en met een beetje beweging/lichaamsgewicht achter de elleboog schiet die naar voren voor een aanval. Aangezien het bot van de bovenarm bij voorkeur recht naar het aan te vallen punt gericht is valt men dan, loodrecht, met zo'n 50 cm hard bot aan. Dat is een vrij harde aanval en het is daarom raadzaam deze techniek niet toe te passen tijdens oefenen met anderen. Elleboogstoot is een tweede verdedigingsring als hand of onderarm door de opponent klem gezet wordt. Een korte, "halve" inademing, met een beetje "laisser faire", tijdens het rijzen voor een elleboogstoot maakt dat de beweging daadwerkelijk vrolijk en ongecompliceerd aanvoelt.
8) Leunend/schouderduw kao-jin berg, het stilstaande. Leunen kan door terug te trekken, naar onderen te gaan, en vervolgens naar voren richting opponent. Bijna aangekomen kom je omhoog en drukt je schouder en de rest van de zijkant van je lichaam (heup, knie, scheen, bovenarm) naar buiten richting opponent. Als het voetenwerk goed gedaan is neem je met je schouder, heup of knie een beetje van de plek in die het lichaam van de ander nodig heeft om in balans te blijven staan met betreffende voetpositie. Leunen is gemakkelijk uit te voeren door de voordeur, met de voet naar binnen gedraaid in een boogstand. Leunen is een derde-ring verdediging, dichtbij het eigen lichaam. De schouder en hangende arm worden tussen eigen lichaam en opponent gehouden om het eigen lichaam te beschermen.
Methode Hoofdstuk 3 Linksom of Rechtsom
3C Het wikkelen van zijde
Een serie oefeningen met speciale vormen van wikkelende kracht, gebaseerd op het Taiji symbool is het Wikkelen van Zijde. Om een zijdedraad van een kokon af te trekken zonder de draad te breken dient deze met constante kracht afgewikkeld te worden. De cocon echter laat de invalshoek van die kracht continu van richting veranderen. Dat maakt het constant houden van de hoeveelheid kracht moeilijker, door het draaien verandert de richting voortdurend en dient voor de etra vector in een voortdurend wijzigend gecompenseerd te worden.
In elke vorm komt in elke beweging wel een stukje of een variatie van het zijdewikkelen voor. Zijdewikkelende kracht oefenen combineert het wegleiden van kracht met het genereren van kracht, het beoogt dezelfde fijngevoeligheid als benodigd om zijde af te wikkelen maar ook het opwikkelen wordt bestudeerd: het Taiji symbool bestaat in paren, de linksom versie en de rechtsom versie. Deze twee zijn elkaars spiegelbeeld maar zij zijn niet gelijk! De ene versie is tegen de klok in, de ander met de klok mee.
3C1 De 2 zijdewikkelende basisbewegingen voor 1 arm
Het oefenen van zijdewikkelen begint als Qi Gong en maakt de gewrichten wat soepeler maar het geoefende kan na integratie elke techniek en krijgskunst en vele sporten en activiteiten verrijken. Het verfijnt de gevoeligheid voor de keten van bewegingen in de Vorm en leert het lichaam als eenheid te handelen.
Sta in Geitstand, visualiseer recht voor je een Taiji symbool,, rechtsom,
van ongeveer een meter in doorsnee op iets meer dan een armlengte afstand op een denkbeeldige muur
(of teken een op de muur en stap een metertje naar achter).
Als je de betreffende arm gestrekt op schouderhoogte loodrecht op de muur wijst,
wijs je naar het centrum van het tai Ji diagram.
Je begint onderaan de cirkel dus 50 centimeter recht omlaag vanaf het centrum.
De handpalm dient continu naar binnen, naar het midden van het diagram, te blijven wijzen.
De vingertoppen wijzen in het begin naar het onderste punt van de cirkel, de handpalm is dan naar boven gericht.
De vingertoppen dienen continu naar het diagram, naar de te volgen lijn, te wijzen.
Het rechtsdraaiend, kloksgewijze diagram waarbij de rechterhand en rechteronderarm opgespannen beginnen doordat de rechteronderarm linksom om zijn as gedraaid is om de handpalm omhoog te laten wijzen. De linkerhand begint ontspannen, met de linkerarm gestrekt).
1-De hand begint onderaan, handpalm naar boven
2-De hand is uiters links op de cirkel (rechtsom naar boven), de handpalm naar rechts
3-De hand is bovenaan de cirkel, de handpalm omlaag
4-De hand gaat naar binnen, het eerste deel van de s-curve
5-De onderarm draait rechtsom om zijn as, de handpalm draait in het midden 180 graden rechtsom
In het midden, halverwege de s-curve, draait de onderarm ineens versnellend verder om zijn eigen as om de handpalm 180 graden om te draaien. De richtllijn dat de handpalm naar het midden van de cirkel blijft wijzen kan alleen op dat punt gevolgd worden terwijl de handpalm omdraait.
6-De hand gaat langs het tweede deel van de s-curve en komt weer onderaan de cirkel, handpalm omhoog
7-de hand is uiterst rechts op de cirkel, (linksom naar boven) handpalm naar links
8-de hand is weer bovenaan, handpalm naar onder
9-de hand is weer uiterst links op de cirkel (linksom naar beneden), handpalm naar rechts
Het linksdraaiend, tegen de klok in diagram waarbij de linkerhandpalm opgespannen begint doordat de linkerarm rechtsom om zijn as gedraaid is om de linkerpalm omhoog te laten wijzen. De rechterhandpalm begint ontspannen, met de rechterarm gestrekt)
1-De hand begint onderaan, handpalm naar boven
2-De hand is uiters rechts op de cirkel (draait linksom - naar boven), de handpalm naar links
3-De hand is bovenaan de cirkel, de handpalm omlaag
4-De hand gaat naar binnen, het eerste deel van de s-curve
5-De onderarm draait rechtsom om zijn as, de handpalm draait in het midden 180 graden rechtsom
In het midden, halverwege de s-curve, draait de onderarm ineens versnellend verder om zijn eigen as om de handpalm 180 graden om te draaien. De richtllijn dat de handpalm naar het midden van de cirkel blijft wijzen kan alleen op dat punt gevolgd worden terwijl de handpalm omdraait.
6-De hand gaat langs het tweede deel van de s-curve en komt weer onderaan de cirkel, handpalm omhoog
7-de hand is uiterst links op de cirkel (draait rechtsom - naar boven) , handpalm naar rechts
8-de hand is weer bovenaan, handpalm naar onder
9-de hand is weer uiterst rechts op de cirkel (draait rechtsom - naar beneden), handpalm naar links
De omslag in het midden komt in 2 verschijningsvormen:
type 1-van opgespannen begin naar ontspannen omslag, (stap 1-5)
van ontspannen omslag naar opgespannen eind (stap 5-9)
type 2-van ontspannen begin naar opgespannen omslag, (stap 1-5)
van opgespannen omslag naar ontspannen eind (stap 5-9)
In een kloksgewijs Taiji diagram, rechtsom, begint de rechterarm opgespannen (type 1) en de linkerarm ontspannen (type 2)
In het taiji diagram tegen de klok in, linksom, begint de rechterarm ontspannen (type 2) en de linkerarm opgespannen (type 1)
Opgespannen en ontspannen, tegen de klok in linksom, met de klok mee rechtsom, opspannend en ontspannend.
Het Links-en rechtsdraaiend diagram waarbij de s-curve rechtsom en de s-curve linksom doorlopend gecombineerd zijn. Begint rechtsdraaiend.
Door de beide symbolen ineen te schuiven kan een doorlopende oefening gedaan worden:
1-De hand begint onderaan, handpalm naar boven
2-De hand is uiters links op de cirkel (rechtsom naar boven), de handpalm naar rechts
3-De hand is bovenaan de cirkel, de handpalm omlaag
4-De onderarm draait rechtsom om zijn as, de handpalm draait in het midden 180 graden rechtsom
5-De hand is weer onderaan de cirkel, handpalm omhoog
6-de hand is uiterst rechtsom de cirkel, handpalm naar links
7-de hand is weer bovenaan, handpalm naar onder
8-de onderarm draait linksom om zijn as, de handpalm draait in het midden 180 graden linmksom
9-verder met herhaling stap 1 tot en met 8
Hoeveel verschil er is tussen de bewegingen in linkerarm en rechterarm hangt onder andere af van welke voetstand gebruikt wordt. Je kunt in Geitstand staan met beide voeten parallel, met de tenen van beide voeten recht naar de muur wijzend, in de richting van het symbool. Je kunt ook met links of met rechts voor staan in 6040stand of in boogstand. In 6040 stand wijst een voet naar het diagram en de ander wijst ongeveer 45 graden naar buiten. De heupen (middel) en benen ondervinden dan andere spanningen en ontspanningen en hebben en ander bereik dan in Geitstand. De armen hebben daardoor eveneens een ander bereik en andere spanningen en ontspanningen dan in Geitstand. 6040stand Linksvoor, Geitstand parallel en 6040stand rechtsvoor hebben alle drie andere invloed op het bereik van de linkerarm en op het bereik van de rechterarm, er zijn voor elke arm dus 3 wijzes linksom en drie wijzes rechtsom, per arm 6 verschillende oefeningen in totaal. Om het eenvoudig te houden laten we de boogstand verder buiten beschouwing. De armen kunnen ook samen gebruikt worden, de bewegingen kunnen elkaar versterken of opheffen afhankelijk hoe zij ten opzichte van elkaar bewegen.
3C2 De zijdewikkelende basisbewegingen voor 2 armen
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: beide armen linksom (links begint opgespannen rechts begint ontspannen)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: beide armen rechtsom (links begint ontspannenrechts begint opgespannen)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: beide linksom of beide rechtsom synchroon (getransleerd)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: beide linksom of beide rechtsom de een volgt de ander
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: beide inwaarts (linkerhand begint ontspannen gaat rechtsom en rechterhand begint ontspannen gaat linkssom)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: beide uitwaarts (linkerhand begint opgespannen gaat linksom rechterhand begint opgespannen gaat rechtsom)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: Beide synchroon (beide inwaarts of beide uitwaarts) (gespiegeld)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in geitstand: (beide inwaarts of beide uitwaarts) de een volgt de ander
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in 6040-stand linksvoor en in 6040-stand rechtsvoor beide arm linksom of beide armen rechtsom (synchroon of serie)
Linkerarm en rechterarm beide voor het lichaam in 6040-stand linksvoor en in 6040-stand rechtsvoor een arm linksom en een arm rechtsom (synchroon of serie)
Linkerarm en rechterarm 1 arm voor het lichaam 1 arm zijwaarts in geitstand beide arm linksom of beide armen rechtsom
Linkerarm en rechterarm 1 arm voor het lichaam 1 arm zijwaarts in geitstand een arm linksom en een arm rechtsom
Linkerarm en rechterarm 1 arm voor het lichaam 1 arm zijwaarts in 6040-stand linksvoor en in 6040-stand rechtsvoor
Linkerarm en rechterarm zijwaarts getransleerd (links linksom en rechts rechtsom of links rechtsom en rechts linksom)
Linkerarm en rechterarm zijwaarts gespiegeld (beide linksom of beide rechtsom)
Na de verticale s-curve kan dit alles ook gedaan worden met 2 tai Ji symbolen waarvan de as door de s-curve horizontaal is.
3C3 De zijdewikkelende basisbewegingen voor armen, benen en middel
Linkerbeen, staand op rechterbeen (diagrammen linksom en rechtsom met verticale as)
Linkerbeen, staand op rechterbeen (diagrammen l en r met een horizontale as naar je toe-van je af)
rechterbeen, staand op linkerbeen (diagrammen linksom en rechtsom met verticale as)
rechterbeen, staand op linkerbeen (diagrammen l en r met een horizontale as naar je toe-van je af)
middel zwaartepunt (linkerbeen voor en rechterbeen voor)
Vijf delen van het lichaam kunnen onafhankelijk het gebruik van spiralen en van het omslagpunt van opgespannen naar ontspannen in het Tai Ji diagram oefenen. Linkerarm, rechterarm, linkerbeen, rechterbeen en middel. Het middel kan de s-curves maken in bewegingen en verplaatsingen. Het middel kan op en neer, linksom en rechtsom, achterwaarts en voorwaarts. In 6040stand kan het middel een lemniscaat, een oneindige 3d s curve, maken door zinkend naar schuin-achter te schuiven-met-draaien en vervolgens rijzend naar voren te schuiven. Tijdens het bewegen en tijdens het stappen om te kunnen verplaatsen kunnen beide benen gebruikt worden om ondersteunende zijdewikkelende spiralen te maken. Liefst in samenspel met de armen en bewegingen van opponenten. Benen kunnen stappend, bewegend en verplaatsend rechtsom en linksom draaien en zwaaien, op en neer bewegend meebewegen met het bewegen en verplaatsen van het middel.
3C4 Martiale toepassing van het Wikkelen van Zijde
Als iemand aanvalt kan deze kracht frontaal geblokkeerd worden. Dat is meestal voor beide partijen pijnlijk en de sterkste wint doorgaans. Als een cirkelvormige beweging gebruikt wordt zal de kracht in 2 vectoren ontbonden worden, de x en y as van de cirkel. Beter is het gebruik van een curve die zich het best leent voor de betreffende situatie. Wat echter met lichaam bewegen en het lichaam verplaatsen toegevoegd kan worden is een 'vierde dimensie'. De eerste is de tijd, de Yin van vroeger en aanvang en de Jang van later en voltooiing. De tweede is de rechte lijn, twee punten verbonden door tijdverloop. De derde is de curve in het platte vlak. Als je een hand in een grote cirkel voor je lichaam ronddraait, onder beginnend en rechtsom, met de klok mee, en je loopt naar voren of je beweegt je lichaam naar voren dan beschrijft je hand een spiraalvormige beweging in de ruimte, hij komt nooit meer op zijn beginpunt maar op een projectie van dat beginpunt voorwaarts gelegen. terwijl je voorwaarts gaat en je hand van links naar rechts en van beneden naar boven beweegt is er eveneens een verplaatsing van achter naar voor. Als dit een aanval was geweest en er was een raakpunt op onderarm bovenarm schouder dijbeen etc. met de opponent dan kan het maken van een spiraal met armen en benen de opponent wegdrukken terwijl de handen of voeten hem of haar niet eens direct aanvallen. Er is weinig kracht in een van de drie ruimtelijke dimensies nodig als de krachten in de drie vectoren en de constant veranderende invalshoek samen genoeg zijn.
Naast de paren boven-onder, links-rechts en achter-voor worden aan Taijiquan bewegingen nog inwaarts-uitwaarts en verkleinend-vergrotend toegevoegd. Passief en actief zijn de belangrijkste Yin- en Jang elementen voor het Wikkelen van Zijde
Passief en Actief
Achterwaarts en Voorwaarts
links en rechts
onder en boven
kleiner en groter
inwaarts en uitwaarts
Combinaties van boven-onder en links-rechts vormen een complete cirkel in beweging. Combineren van links-rechts of boven-onder met inwaarts-uitwaarts laat een zogenoemde "hoekige curve" zich ontwikkelen.
Kleiner-Groter en voorwaarts-achterwaarts komen naar voren in positionele en structurele ontwikkeling van de zijdewikkelende bewegingen
Methode Hoofdstuk 3 Linksom of Rechtsom
3D De Roos van Leary
De roos van Leary is een psychologisch interactiemodel met bruikbaarheid voor verbale en fysieke conflictbeheersing. Deze roos is ontwikkeld door professor Timothy Leary. De basis voor de roos in een eenvoudige onderverdeling van twee paren Yin en Jang: voor - tegen en samen - alleen.
Naast het gebruik om het eigen gedrag te veranderen om zo rapport op te bouwen en een andere reactie van een ander te krijgen
is ook te zien of linksom of rechtsom de eenvoudigste weg is van de huidige situatie naar het gestelde doel.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Roos_van_Leary
verder naar methode Hoofdstuk 4
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 4
4A Visualiseren
Visualiseren is een van de essentiele elementen van het taijiquan leerproces en een van de redenen om te beginnen met langzaam oefenen. Dat geeft de beginner de tijd en de rust om te visualiseren. Continue dreiging van een harde klap of schop is niet bevorderlijk voor grondig onderzoek en staat het gebruik van de geest in de weg. Diverse visualisaties kunnen daadwerkeljk fysieke veranderingen teweegbrengen, een proces waarvoor geldt "fake it until you make it". Het behaalde resultaat kan verschillen van het verwachte resultaat.
-visualisatie van een rechte rug
-visualisatie van een rubberachtige stevige elastische bal die met beide handen/armen vastgehouden wordt
-visualisatie van weerstand als een lichaam een beweging zou hebben onderbroken
-visualiseren van imaginaire extra invloed van zwaartekracht om te helpen met zinken en ontspannen
-visualisatie van energiebanen op de huid en in het lichaam en visualisatie van de energie die door deze banen stroomt
De kwaliteit van de voor martiale kunsten benodigde exacte visualisaties waren in het verleden mede bepalend voor de beoefenaar of deze bleef leven op het slagveld of zou overlijden. Het visualiseren van applicaties betrekt vaardigheden van de geest in fysieke confrontaties
-visualisatie van zelf uitvoeren van een aanval
-visualiseren van een opponent die deze aanval uitvoert met (verandering in) positie, stand, houding, beweging,
verplaatsing aanval en verdediging van een opponent geeft elke bewegingstechniek een reden
om exact op die wijze uit te voeren.
-visualisaties van alle fysiek mogelijke variaties op de veranderingen
Methode Hoofdstuk 4
4B Hemelse Cirkels
De Kleine Hemelse Cirkel en de Grote Hemelse Cirkel zijn complexe visualisaties met daarin ademoefeingen en martiale applicaties. Het visualiseren van energiestromen in de kleine hemelse cirkel is een goede oefening voor de geest om de aandacht te richten en de grote hemelse cirkel is een goede oefening voor het lichaam om ademritme en martiale applicaties te combineren.
Methode Hoofdstuk 4
4C Bewustzijnstoestanden /
Beheersing, maakt Onverbiddelijk maar charmant, niet verwaten
Discipline, maakt Sluw maar aardig, niet wreed
Verdraagzaamheid maakt Beminnelijk maar dodelijk
Momentkeuze maakt Geduldig maar alert
Methode Hoofdstuk 4
4D Verandering van bewustzijnstoestanden (ander/zelf)
glans van de ogen verandert naar beoogde bewustzijnherhaling van ongebruikelijk gedrag verandert bewustzijn naar onverwacht bewustzijn
ademritmewijzigingen en zuurstofopnamewijziging kunnen verschuivingen in bewustzijn veroorzaken
koorts en externe temperatuurswijzigingen veranderen bewustzijn
drugs als alcohol, lsd, xtc, speed, coke en in mindere mate suiker en diverse rookwaren veranderen het bewustzijn
slaapgebrek verandert bewustzijn
verwondingen kunnen bewustzijnsverandering teweegbrengen
Methode Hoofdstuk 4
4E Fysieke ankers verbinden met staten van bewustzijn
De theorie van leeg en vol en het gebruik van 5 elementen zijn overeenkomsten die de innerlijke stijlen taijiquan hsing yi quan en baguazhang en nin-jitsu verbinden. Nin-jitsu kent echter series vingeroefeningen die mij onbekend zijn in taijiquan. 5 elementen met ring duim-wijsvinger links door ring duim wijsvinger rechts en andere vingertoppen tegen elkaar herhalen voor duim en middelvinger, duim en ringvinger en duim en pink. Een andere veel gebruikte serie bestaat uit 9 hand-en vingerconfiguraties.
Gebaseerd op deze mudra's kan men zelf een vingeroefening ontwerpen en deze verbinden met een gemoedstoestand door herinneringen aan de gewenste gemoedstoestand op te halen tijdens de eerste malen dat de nieuwe configuratie geoefend wordt.
Diverse bewegingen uit de taijiquanvorm (alle stijlen) zijn eveneens uitermate geschikt voor het maken van ankers naar een gemoedstorestand op het moment van eerste maal oefenen. Wolkenhanden veroorzaakt een rustgevende kalme gemoedstoestand, erg geschikt om een anker naar de rustiger gemoedstoestanden te maken. De vingerconfigurraties zijn kleiner, bijna onzichtbaar, en daardoor ook geschikt voor bijvoorbeeld de wachtkamer of de kerk waar het doen van een taijiquan beweging beslist zal opvallen
Kuji-in
info:
http://en.wikipedia.org/wiki/Kuji-in
handleiding:
http://www.scribd.com/doc/7323241/Ninjutsu
Verder naar hoofdstuk 5 Filosofie en Strategie
Terug naar overzicht Bewustzijn en Bewustheid
Terug naar overzicht Methode
Methode Hoofdstuk 5
5A De Tai Ji (T'ai Chi) filosofie in de praktijk van Tai Ji Quan (T'ai Chi Ch'uan)
De naam Tai Ji Quan is opgebouwd uit de (samengestelde) karakters Tai, Ji en Quan. Het Chinese woord Quan (Ch'uan in een oudere spellingsvariant met Latijnse letters) dat gebruikt wordt om aan te geven dat het een vechtstijl betreft. Quan betekent letterlijk vuist. Het eerste deel van de naam is Tai Ji, het taoistische principe van complementaire tegendelen. Zoals blijkt uit dit overzicht is de verdeling in twee polaire elementen op oneindig veel derivaten van de werkelijkheid toe te passen.
Een strategische eerste verdeling van Yin en Jang is problemen voorkomen en problemen oplossen. Als een gevecht vermeden kan worden dan verdient dat de voorkeur. Neuro Linguistisch Programmeren (NLP) en de Roos van Leary geven behulpzame handvatten voor het de-escaleren van een conflict. Indien ontlopen en de-escaleren niet meer mogelijk is kan begonnen worden met voorbereiden op een fysieke confrontatie door bij voorbeeld een visualisatie: de eigen comfort-zone wordt gevisualiseerd als Jang, solide. De comfort zone van een opponent is dan leeg, Yin. Aangezien voor de visualisatie geen lichamelijke beweging benodigd is is het uitvoeren van de voorbereiding onzichtbaar, een non-agressieve vormloze martiale techniek.
Samen met het lichaam van een opponent neemt het eigen lichaam fysieke ruimte in. De lege ruimte tussen de lichamen en om de lichamen heen is Yin, leeg. De ruimte die je samen met je opponent inneemt is Jang, gevuld. De ruimte tussen de armen met de binnenkant van de armen is Yin, de buitenkant van de armen plus de ruimte daarbuiten is Jang. Je borst in deel van diezelfde Jin en je rug van diezelfde Jang; de benen kunnen net als de armen in binnenkant Yin en buitenkant Jang verdeeld worden. Benen en armen kunnen, tegelijkertijd (!!), ook anders verdeeld worden, bijvoorbeeld met de handen en voeten als uiteindes, Jang en de bovenarmen en bovenbenen als Yin.
Niet bewegen is Yin en bewegen is Jang. Opwikkelen en afwikkelen, linksom en rechtsom, hoek en curve, recht en rond. De mogelijkheden zijn eindeloos, de elementen van diverse niveaus die in Yin en Jang polen verdeeld worden komen in de praktijk voor en de Tai Ji theorie is eenvoudig. Bewustheid van vele Yin en Jang paren tegelijkertijd is training van de geest, manipuleren van vele paren tegelijkertijd is (martiale) vaardigheid. Kinestetische gevoeligheid voor veranderingen wordt door langzaam en nauwkeurig oefenen ontwikkelt. Bewustheid van vele veranderingen van Yinnetjes en Jangetjes betrekt de geest maximaal bij fysieke taijiquan beoefening. Het plakken van het juist label, Yin of Jang, is in veel gevallen minder belangrijk dan het vermogen van het lichaam om de vele verschillen in krachten tegelijkertijd te voelen en het bewustzijn dat de vele veranderingen van krachten tegelijkertijd begrijpt en kan projecteren in het verloop van de tijd.
In de context van Tai Ji Quan betekent de term Tai Ji het "eerste principe": alles in de kunst is gebaseerd op toepassing van het duizenden jaren oude taoistische filosofische principe, Tai Ji genaamd. Deze Yin-en-Jang filosofie is door Taoisten in de loop van eeuwen verder uitgewerkt in de 8 trigrammen (in Tai Ji Quan overeenkomend met de 8 basisarmtechnieken) en in de 5 fases (in Tai Ji Quan overeenkomend met de vijf stappen). Een andere Taoistische martiale kunst gebruikt 8 handpalmtechnieken en is zelfs vernoemd naar de 8 trigrammen. Ba Gua Zhang gebruikt ten opzichte van Taijiquan meer cirkelende bewegingen. De derde bekende Taoistische martiale kunst Hsing Yi Quan is gebaseerd op 5 vuisttechnieken die overeenkomen met de 5 fases. Hsing Yi Quan gebruikt ten opzichte van Tai Ji Quan meer rechtlijnige beweegpatronen.
Deze drie Taoistische kunsten maken, alle drie op eigen wijze, gebruik van 3 kenmerkende elementen:
1-het onderzoek naar fysieke martiale technieken in relatie tot de theorie van Yin en Yang
2-het gebruik van Taoistische ademtechnieken in combinatie met martiale applicaties als toevoeging aan het standaard Boeddhistsche buikademen.
In de praktijk wordt van beide ademmethodes en bijhorende technieken gebruik gemaakt.
De bewegingen van de opponent bepalen van welke het best gebruik gemaakt kan worden.
3-het gebruik van de geest, visualisatievermogen en
kinestetische gevoeligheid tijdens het aanvankelijk langzame oefenen.
In eerst langzaam en daarna snel oefenen en, recht evenredig, eerst zacht en dan hard komt wederom de Tai Ji filosofie terug.
Prettige bijkomstigheid van langzaam en met zachte bewegingen beginnen is dat er zelden een verwonding ontstaat
tijdens Tai Ji Quan beoefening met een oefenpartner
De filosofie die de praktijk van Tai Ji Quan vormgeeft is te vinden in 4 oude taoistische teksten die ongeveer 400 jaar geleden gebruikt zijn om de eerste gedocumenteerde stijl Tai Ji Quan, de Chen stijl, te ontwikkelen.
I Ching - diverse schrijvers, vanaf 1000 voor Christus
Kunst van Oorlog - Sun Tsu, rond 300 voor Christus
Tao Te Ching - Lau Tse, rond 300 voor Christus
Het Gele Hof (http://www.goldenelixir.com/jindan/ill_yellow_court.html)
Methode Hoofdstuk 5
5B Overzicht Taijiquan termen en terminologie Taoistische principes
JinQi, energie
Shen, geest
Yin en Jang theorie in Taijiquan toepasingen
Vol en leeg
Dan Tien / Dan Tian / Qi Hai
De drie Schatten
Tao
Terug naar totaaloverzicht Methode
Applicaties
Elke beweging in Taijiquan heeft een of meerdere toepassingen. Van groot uitgevoerde bewegingen is de meest voor de hand liggende applicatie doorgaans goed te zien. Vele bewegingen kunnen echter door ze op diverse wijzes uit te voeren diverse toepassiingen hebben. Een voorbeeld is de beweging "bespeel de gitaar" die als een "trek neer" of als een "splijt" uitgevoerd kan worden. Deze twee wijzes om de beweging uit te voeren zien er voor het oog nagenoeg hetzelfde uit maar voelen voor diegene die ze gebruikt en diegene tegen wie ze gebruikt worden heel anders aan. De splijt-variatie breekt de elleboog van de opponent. De trekneer-variant trekt de opponent slechts uit balans.
Applicaties worden bestudeerd in de solo oefening, de vorm, waarin men opponenten visualiseert. In de oefeningen "verbonden-handen" en "groot-trekken" oefent men de variaties op de 8 basis-armtechnieken van taijiquan. Theorie van de 8 trigrammen wordt in "verbonden-handen" en "groot-trekken" in praktijk gebracht door applicaties van de 8 armtechnieken. In de oefening vrije handen worden alle mogelijke aanvallen en verdedigingen eerst langzaam en vervolgens steeds sneller toegepast. Hierbij combineert men de 8 armtechnieken met de 5 stappen van taijiquan
Ba Gua Zhang - Acht-Symbool(Trigram)-Palm
Ba Gua Zhang is een taoistische martiale kunst. Het wordt veel vergeleken met guerilla-oorlogsvoering. Het bevat nog meer cirkelvormige en spiralende bewegingen en vooral cirkelende verplaatsingen dan Tai Ji Quan. De centrale oefening van Ba Gua zhang is het "Cirkels Lopen" waarin men een cirkelvormig stappatroon om een imaginaire opponent uitvoert. Men draait tijdens het cirkelen om een imaginaire opponent ook regelmatig om de eigen as om de looprichting te wijzigen. In het cirkels lopen oefent men eveneens de 8 palmtechnieken waaraan Ba Gua Zhang zijn naam dankt, "8 trigram palm". De filosofie achter deze 8 palmen zijn de wisselingen gesymboliseerd door de 8 trigrammen.
Ba Gua Zhang is op de schaal van recht en cirkelend het meest cirkelend; Tai Ji Quan staat in het midden en Hsing Yi Quan is het meest rechtlijnig van deze drie bekendste Taoistische martiale kunsten van de "Innerlijke School".
Zwaartemiddelpunt van het Lichaam / Dan Tien
Dan Tien is het zwaartepunt van het lichaam, midden in het lichaam enkele centimeters
onder de hoogte van de navel. In Taijiquan wordt gepoogd de aandacht weg te leiden
van het denkproces naar bewustzijn van het lichaam.
Dit wordt gedaan door de aandacht op de DanTien te richten tijdens meditatie of beweging.
Het algemene resultaat van deze visualisatie is een/meer innerlijke stilte
en een verhoogde sensitiviteit en nauwkeurigheid.
De Dan Tian wordt mede door deze gewoonte om de aandacht te richten ook wel Chi Hai (Qi Hai) genoemd:
zee van energie
Terug naar overzicht
Drie Schatten (Sha bao)
De drie filosofische schatten van het praktijkgerichte Taoisme. Jin, Qi en Shen; innerlijk kracht, energie en geest. In Qi Gong, taijiquan, Ba Gua Zhang en Hsing Yi Quan worden deze drie schatten gecultiveerd. Jin komt overeen met ""innnerlijke kracht", veerkrachtige energie, de energie van de pezen. Elke keten van een bewegingen bevat zijn eigen Jin, zijn eigen "flow". Soepele, exact getimede beweging is de generator voor deze kracht. Qi is wat fijner en wordt geassocieerd met bloed; ademen is de generator voor energie. Shen is de geest, het element dat het lichaam bestuurt en richting geeft.
Ontladen van Energie / Ontladen van Kracht / Fa Jin
Het ontladen van energie volgt op het opslaan van energie door neutraliseren. Beide samen vormen de Jin en de Jang van het Sluiten en Openen. De oefening duwen met de handen is een der belangrijkste methodes om het ontladen van enbergie te leren.
Hsing Yi Quan - Vorm-Geest-Vuist
Hsing Yi Quan is een taoistische martiale kunst. Het is feller en rechtlijniger dan tai Ji Quan. de nadruk ligt op voorwaarts en achterwaarts bewegen. De insteek is zoveel mogelijk aanvallen. Tai Ji Quan, Ba Gua Zhang en vele Shaolin Quan stylen bewegen voonamelijk vanuit de heupen, in Hsing Yi Quan ligt de nadruk op de armen. Dit is een beetje vergelijkbaar met "kanoinvuist", een vorm uit de Chen stijl Tai Ji Quan met veel technieken uit de vier hoeken en met het lichaam dat de bewegingen van de armen volgt.
de basis van Hsing Yi Quan zijn 5 vuisttechnieken die alle 5 zowel voor aanvallende en verdedigende doeleinden gebruikt kunnen worden. Deze 5 vuisten scheppen en vernietigen volgens de 5 fases theorie uit de I Ching. Daarnaast kent Hsing Yi Quan 12 dierenvormen.
Hsing Yi Quanis op de schaal van recht en cirkelend het meest rechtlijnig. Tai Ji Quan staat in het midden, recht-met-rond. Ba Gua Zhang is het meest cirkelend van deze drie bekendste Taoistische martiale kunsten van de "Innerlijke School"
I Ching (Veranderingen Klassieker)
Het Boek der veranderingen is een samengesteld boek waarin Chinese wijzen reeds 3000 jaar commentaren toevoegen aan een filosofische uiteenzetting over aard en verschijningsvormen van verandering.. De naam I Ching betekent ""Veranderingen klassieker". Het concept Yin en Jang is de basis van het boek en verdere onderverdeling van Yin's en jangs (nullen en enen) levert de 4 manifestaties en de 8 trigrammen uiteindelijk een 5 fases stelsel en een (6-bit) 64 hexagrammenstelsel (8trigrammen x 8 trigrammen) op dat gebruikt wordt om types en kenmerken van veranderingen. te onderzoeken.
Jin
Jin wordt veelvuldig vertaald als "innerlijke kracht". Het begrip Jin kwordt gerelateerd aan elastische of veerkrachtige buigzame kracht. De keten van beweging, de golf die door het lichaam gaat en voelbaar is in vele sporten en andere activiteiten is Jin.
In de Chinese martiale kunsten is het een in elke tak van sport voorkomend begrip waarbij scholen en stijlen hun eigen specialiteiten en namen hebben. Om alle verwarring rond labels en vertalingen te voorkomen wordt slechts van enkele karakterestieke types Jin de Chinese naam aangehouden. hieronder een lijst van in taijiquan veel gebruikte types "flow"
luisterende jin
begrijpende jin
De 8 armtechnieken, de "acht poorten" van Tai Ji Quan.
Peng (opgevuld)
Lu (meegevend)
Chi (drukkend)
An (duwend, stotend)
Tsai (neertrekkend)
Lieh (Splijtend, terugbuigend)
Chou (vouwend,elleboogstotend)
Kao (schouderduwend/leunend)
neutraliserende jin (hua jin)
zijdewikkelende jin (chanssujin)
Jin is een van de drie schatten van het Taoisme
De Kunst van oorlog - Sun Tsu
De Kunst van oorlog van Sun Tsu (meester Sun) is een 22 eeuwen oud klassiek boek over militaire strategie gebaseerd op taoistische filosofie. Het is 4 eeuwen geleden gebruikt om reeds bestaand krijgskunsttechnieken om te vormen. De filosofische principes van het Taoisme werd als uitgangspunt gebruikt en de eveneens reeds bestaande taoistische ademtechnieken werden toegevoegd waardoor taijiquan ontstond.
Het boek wordt in militaire kringen nog altijd gewaardeerd en bestudeerd, onder andere op West Point, de militaire acedemie van de U.S.A. Onder vooral Aziatische CEO's is in de tweede helft van de 20e eeuw de gewoonte ontstaan om de in het boek beschreven militaire filosofie om te zetten naar een strategie om een bedrijf te leiden.
Innerlijke School - Nei Jia
De innerlijke school is een term die gebruikt wordt voor taoistische martiale kunsten. Hoewel ze in de uitvoering uiterlijk erg lijken op diverse kunsten van de Uiterlijke School is er, in theorie, verschil in gebruikte technieken en in trainingsmethodes. De uiterlijke scholen richten zich in theorie uitsluitend op snelheid en spierkracht. De Innerlijke School richt zich in theorie op de pezen en op langzaam oefenen en houden doorgaans Taoistische ademtechnieken aan. In de praktijk heeft er al zo'n duizend jaar kruisbestuiving plaatsgevonden. Het hangt van de voorkeur van leraar of beoefenaar af hoe technieken uitgevoerd worden, de meeste uiterlijke stijlen gebruiken vele oefenmethodes die de innerlijke school propageert en lang beoefenen van een innerlijke stijl maakt het de beoefenaar mogelijk minstens even hard en snel te bewegen als in de uiterlijke school gebruikelijk.
Neutraliseren van Kracht (Hua Jin)
Hua Jin, neutraliserende innerlijke kracht, is een term voor het opslaan van energie in de pezen door gebruik te maken van de mogelijkheden van het skelet, het ontspannen van spieren en het opspannen van pezen. Neutraliserende van Kracht is een van de essentiele elementen in de oefening duwen met de handen Het neutraliseren is eveneens essentieel voor het gebruik van sluiten en openen
Acht Trigrammen / Ba Gua / Pa Kua
De 8 trigrammen zijn de acht mogelijke combinaties van driemaal een Yin of Jang. net als de 5 fases komen deze 8 trigrammen voort uit het concept Yin en Jang In Taijiquan worden de 8 trigrammen verbonden met 8 armtechnieken, de "acht poorten". Duwen met de Handen en Groot-Trekken zijn oefeningen die ontworpen zijn om de theorie van de 8 trigrammen in de praktijk van de 8 poorten toe te passen. Zij vullen het oefenen van de vorm aan.
Hemel - het scheppende - Afweer (onder Jang midden Jang boven Jang)
Aarde - het ontvangende - terugdraai (onder Yin midden Yin boven Yin)
Water(stroom) - het onpeilbare - Druk (onder Yin midden Jang boven Yin)
Vuur - het stralende - Duw (onder Jang midden Yin boven Jang)
Berg - het onbeweeglijke - leunend/Schouderduw (onder Yin midden Yin boven Jang)
Meer - het vrolijke - vouwend/Elleboogstoot (onder Jang midden Jang boven Yin)
Donder - het opwindende - Splijt/Spreidt/Terugbuigen/Inwaarts (onder Jang midden Yin boven Yin)
Wind - het voortdurende - Neertrekkend/uitwaarts (onder Yin midden Jang boven Jang)
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 4 richtingen, 4 hoeken, 8 trigrammen en 5 fases
Duwen-met-de-handen / Push-Hands / Tui Shou / Verbonden Hand
Duwen met de handen, bekender onder de naam Push hands, is een spel waarin men beide in 6040stand of in boogstand begint met hetzelfde been voor beide met de zich aan dezelfde kant van het lichaam bevindende lege arm tegen elkaar. Door middel van uit balans drukken, duwen en trekken dient men de ander te dwingen een van de voeten te verzetten, een teken dat men uit evenwicht is en verloren heeft. Er wordt gebruik gemaakt van Afweren Terugdraaien Drukken (Neutraliseren) en Duwen, de vier richtingen
Niet spierkracht of snelheid maar het middels kinestetisch contact luisteren naar de spierspanningswijzigingen en daarmee naar de intenties van de oefenpartner is de vaardigheid die meestal wordt toegepast door de winnaar. Het aanleren van vormloze technieken als "luisterend naar kracht" en "begrip van kracht" zijn de belangrijkste doelstellingen en deze worden niet bereikt door veel te winnen maar door veel te verliezen en te leren luisteren en vervolgens te leren waarom men verliest als men inzicht ontwikkelt in de yinnetjes en de jangetjes van duwen met de handen.
Zodra er druk is is die druk te manipuleren, bij voorbeeld het contactpunt verschuiven door de invalshoek te wijzigen. Een vermeldenswaardig paar complementaire vaardigheden zijn kleven en wegleiden. Kleven boven, onder, achter een contactpunt (meestal op de arm van de opponent) dat je door miniem lichte constante druk handhaaft levert voortdurend voordeel, wegleiden doe je als de opponent lichtjes drukt maar ook als deze hard probeert te slaan. Tijdens het wegleiden probeer je weinig tot geen contact te hebben zonder het contact daadwerkelijk te verliezen, de afstand blijft 0 centimeter. Kleven en Wegleiden wisselen elkaar voortdurend af zolang er fysiek contact is. Het is verwant aan het genereren van kracht en het wegleiden van kracht
Deze oefening is zo belangrijk dat taijiquan zonder deze oefening een bewegingskunst maar geen martiale kunst is. De Chinese term Tui Shou betekent meer letterlijk verbonden hand(en). Duwen met de handen is een oefening waarbij men op dezelfde plek blijft staan en is gebaseerd op de 4 richtingen, de 4 belamgrijkste in Taijiquan van de 8 basisarmtechnieken, Afweer (opvullend) Terugdraai (wegleidend), Druk en Duw. Deze komen overeen met Hemel Aarde Water en Vuur in de 8 trigrammen. Het oefenen van "verbonden-hand" gebeurt meestal zonder het zetten van stappen. Een oefening waarbij zowel het zetten van stappen als de andere vier trigrammen, de vier hoeken, zijn toegevoegd is het Groot-Trekken. Beide oefeingen helpen de vaardigheid van het neutraliseren van kracht te ontwikkelen.
Qi Gong / Chi Kong / Energie-Herhaaldeoefening
Qi Gong is een verzamelnaam voor Taoistische oefensystemen met als voornaamste doelstellingen de verbetering en het behoud van gezondheid. Rek-en-strekoefeningen en ademoefeningen zijn de hoofdbestanddelen van de meest beoefende vormen van Qi Gong. Tai Ji Quan, Ba Gua Zhang en Hsing Yi Quan zijn specifieke vormen van Qi Gong met toegevoegde martiale applicaties voor het afbuigen van kracht en het genereren van kracht.
Groot Trekken (Ta Lu / Da Lu)
Het Groot Trekken is een aanvullende serie oefeningen op het Duwen met de Handen Het maakt gebruik van de 4 hoeken. Deze vier zijn Neertrekken Terugbuigen (Splijten) Elleboogstoten en Schouderduwen (Leunen). Deze 4 aanvullende technieken maken het uitbeelden van de 8 trigrammen in armtechnieken in combinatie met bewegingen en verplaatsingen mogelijk.
In Groot Trekken en in Duwen met de Handen wordt niet geslagen, gestoken of geschopt. Er wordt gebruik gemaakt van duwen dat wat technisch gebruik van fysiologie vergelijkbaar is met stompen en steken. In de beoiefening van "groot-trekken" worden stappen gezet, in de meeste vormen van Duwen met de Handen is dat niet het geval. Zowel Duwen met de Handen als Groot-Trekken helpt de vaardigheid van het neutraliseren van kracht te ontwikkelen. Het aanleren van vormloze technieken als "luisterend naar kracht" en "begrip van kracht" zijn de belangrijkste doelstellingen van Groot-Trekken. Worden technieken als steken, schoppen en stompen wel gebruikt in een oefensetting waarbij ook vrij in alle richtingen gestapt kan worden dan wordt de oefening "Vrije-Hand" genoemd.
Qi (oudere spelling: Chi)
het begrip Qi komt overeen met energie. Het verwijst naar de levenskracht die met het bloed door het lichaam stroomt. Hoewel Qi geen zuurstof is kan door het oefenen van ademen de hoeveelheid levensenergie toenemen. De energie wordt volgens de klassieke Chinese geneeskunde door visualistatie door energiebanen van het lichaam geleid en opgeslagen in energievaten en door diverse lichaamsonderdelen.
Vrije Hand - Shan Shou
De oefening vrije handen gaant nog een stap verder als de oefeningen Groot Trekken en duwen-met-de-handen. Bij "vrije handen" kan men stappen zoals men wil en aanvallen en verdidigen zoals men wil. Er zijn geen regels buiten die die men met de oefenpartner vooraf bespreekt. Het is daarom verstandig om Shan Shou te beginnen met goede, duidelijke afspraken en lichte en langzame bewegingen het is aan te raden om vooraf af te spreken geen gebruik te maken van destructieve technieken zoals elleboogstoot of het uitsteken van ogen met de vingers.
Schijnbaar en Solide
Schijnbaar is veinzen dat een beweging of lichaamsdeel vol is terwijl het leeg is. Solide is vol en stevig maar kan overkomen als leeg. het toepassen van schijnbaar en solide vereist het combineren van het orthodoxe, het door opponent verwachte, en het onorthodoxe. Het onorthodoxe is onverwacht en creatief. Het orthodoxe is het herhalen van een bekend en verwacht patroon of ritueel. Het luisteren naar kracht en het begrip van kracht zorge ervoor dat men altijd schijnbaar van solide kan onderscheiden.
Shen
Shen verwijst naar geest en bewustheid. Visualistatie en concentratie zijn de generators voor het ontwikkelen van Shen
Tai Ji (T'ai Chi)
Tai Ji is Yin en jang samen, interactief. Tai is de overtreffende trap voor groot. Ji is het ultieme. Het grootste ultieme principe in het Taoisme is het eeuwige spel van Yin-met-Jang<. De bron van Tai Ji, van de eeuwige wisselingen van Yin en Jang, wordt Tao genoemd. De term Tai Ji wordt ook gebruikt als naam voor de Poolster. Er is een direct verband met de andere betekenis, de Poolster is de ene ster die "niet beweegt", waar het universum omheen draait.
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 2 krachten, 4 manifestaties, 8 trigrammen, 4 richtingen, 4 hoeken en 5 fases
Tao (Dao)
Tao vertalend kan zowel naar weg als doel verwijzen. Dat deze twee een zijn is naast taalkundige poezie en calligrafische werkelijkheid ook een der belangrijkste onderdelen van Taoistische filosofie: het gaan naar het juiste eindoel door een bijpassende juiste weg af te leggen. Tao is als het "vloeien van de dingen", de stroom der gebeurtenissen: de werking van Tao is overal in de natuur waarneembaar in eeuwige wisselingen van oneindig veel yin en jang paren
Tao Te Ching
De Tao Te Ching (Weg-Deugd-Klassieker) is de grote klassieker van het Taoisme. Het bundeltje filosofische verzen is enkele eeuwen voor Christus geschreven en wordt toegeschreven aan Lau Tse (letterlijk vertaald: Oude Wijze). Centraal thema van het boek is de alomtegenwoordigheid van Tao, de "moeder" van Yin en Jang. Het boek is een handleiding voor een levenshouding waarin wat werkelijk belangrijk is, onder andere het dagelijks eten en gezondheid, duidelijk wordt onderscheiden van ogenschijnlijk belangrijke zaken als rijkdom en de waan van de dag.
Taoisme
Het Taoisme is een filosofische stroming waarin observaties van de natuur en processen in de natuur bijna zonder menselijke mening een belangrijke plaats innamen. Het Taoisme hield zich verre van maatschappelijke aangelegenheden en beschouwt de mens en zijn maatschappij als slechts een klein onderdeel van de natuur. Er lijkt in het accent op de natuurlijke wereld een verbinding te bestaan met shamanisme.
Het literaire hart van het Taoisme is de Tao Te Ching. De I Ching en "Kunst van Oorlog" zijn twee andere oude taoistische geschriften die meer dan 20 eeuwen geleden het Taoisme gestalte gaven. Het Taoisme was ten tijde van het schrijven van deze boeken eerder een filosofische wetenschap dan een religie. In de loop der tijd is mede door de invloed van het Chan-Boeddhisme daarnaast een soort volks-Taoisme ontstaan met bijhorende religieuse rituelen en een pantheon met spirituele entiteiten. Voor de ontwikkeling van Tai Ji Quan vaardigheden is slechts begrip van het abstracte Taoisme van belang.
Veranderingen
Veandering is de enige constante in het taoistische wereldbeeld.
In 483 voor Christus, omstreeks dezelfde tijd dat de Tao Te Ching geschreven is, kwam de Griekse filosoof Heracleitus
tot eenzelfde conclusie: onveranderlijkheid is een illusie, verandering is de enige werkelijkheid.
In de nog enkele eeuwen eerder ontstane I-Ching wordt een onderscheid gemaakt
tussen types verandering:
-eenmalige verandering, voorgoed
-geleidelijke veranderingen (golfbeweging)
-plotselinge omslagen in tegendeel
Vier Hoeken
De vier hoeken zijn 4 aanvullende Taijiquan armtechjnieken verbonden met de hoeken van het kompas ZO ZW NO NW Wind Neertrekkend, Donder Splijtend, Meer Elleboog-stotend en Berg Schouder-leunend. De vier hoeken samen met de 4 richtingen vormen de 8 trigrammen
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 2 krachten, 4 manifestaties, 8 trigrammen, 4 richtingen, 4 hoeken en 5 fases
Vier Manifestaties / Hse Hsiang of Liang I
De vier manifestaties zijn een eerste verdere verdeling van Yin en Jang.in
1-Groot(st) Yin ofwel volledig Yin (Yin-Yin)
2-Kleiner Yin ofwel Yin met een deel Jang (Yin-Jang)
3-Grootst jang (helemaal Jang) (Jang-Jang)
4-Kleiner Jang, Jang met wat Yin.(Jang-Yin)
De uitwisselingen tussen deze 4 manifestaties van de 2 oerkrachten Yin en Jang. creeren de 5 fases. Met 2 maal Yin-of-Jang zijn er 4 mogelijkheden. Als in plaats van 2 maal 3 maal Yin-of-Jang gebruikt wordt zijn er 8 combinaties mogelijk, de 8 trigrammen
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 2 krachten, 4 manifestaties, 8 trigrammen, 4 richtingen, 4 hoeken en 5 fases
Vier Richtingen / 4 Manifestaties
de vier Richtingen zijn de 4 belangrijkste armtechnieken Afweer Terugdraai Druk en Duw verbonden met de hoofdrichtingen van het compas ZNWO. De vier richtingen en de 4 hoeken vormen samen de 8 trigrammen.
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 2 krachten, 4 manifestaties, 8 trigrammen, 4 richtingen, 4 hoeken en 5 fases
Vijf Stappen / Wu Bu
De 5 stappen van taijiquan zijn Voorwaarts, Achterwaarts, Kijk-Links Staar-Rechts en Centraal Evenwicht. Ze zijn gebaseerd op de 5 fases zoals omschreven in het Boek der Veranderingen
Vijf Vuisten / Wu Quan
De vijf vuisten zijn Metaal hakkend Water Drillend hout Schietend Vuur Exploderend Aarde Kruisend. Ze zijn gebaseerd op de 5 fases zoals omschreven in het Boek der Veranderingen
Vol en Leeg
Vol en Leeg verwijst in eerste instantie naar het standbeen dat vol is en het andere been dat leeg is. Het standbeen is dat been waar het grootste deel van het gewicht op rust. In Taijiquan staat men nimmer stil met het gewicht exact gelijk verdeeld over beide benen. Het lege been is het been dat makkelijk en het snelst verplaatst kan worden, het gewicht hoeft immers niet eerst verplaatst te worden.
Het principe Vol en Leeg wordt overal op toegepast.
Voor de armen kan dat leiden tot het opvangen van kracht met een volle arm en het wegleiden
met een voor de opponent bijna biet voelbare lege arm.
Vol en leeg in de armen dient met het volle en lege been verbonden te zijn
door middel van kruislingse verbondenheid: als de linkerarm leeg is is het rechterbeen leeg,
wordt de linkerarm leeg (was dus vol) dan wordt ook het rechterbeen leeg en dat was dus ook vol.
Nauw verwant aan Leeg en Vol is het militair-strategisch concept Schijnbaar en Solide.
Vorm / Lu
De Vorm is een lange serie van Taijiquan technieken tegen meerdere imaginaire opponenten die tegelijk of achtereenvolgens uit diverse richtingen aanvallen. Het oefenen van een vaste serie wordt "het lopen van de vorm" genoemd. Elke stijl heeft zijn eigen vorm en iedere school binnen die stijl heeft zijn eigen variaties op de vorm van die stijl. De meeste stijlen hebben een vorm met ongeveer 40 verschillende bewegingen, met diverse herhalingen van de belangrijkste van deze 40 bewegingen. De volgorde van de bewegingen en de wijze van uitvoeren verschilt per stijl en vaak zelfs per school binnen een stijl.
Het anders uitvoeren van een zelfde beweging met dezelfde naam in verschillende stijlen impliceert andere martiale toepassingen. Alle uitvoeringen van een taijiquan vorm zijn gebaseerd op martiale applicaties. het visualiseren van oppponenten en weten waarom men beweegt zoals men beweegt is essentieel, daardoor betreft het beoefende een martiale kunst.
De grote populariteit eind 20e en begin 21e eeuw dankt taijiquan aan het feit dat de fysieke bewegingen op zich makkelijk uit te voeren zijn, door bijna iedereen. Ook mensen die ziek zijn of verwondingen hebben kunnen, mits aangepast aan hun aandoening, taijiquan oefeningen uitvoeren.
De enorme kracht ligt in het langzaam, rustig en vooral heel vaak alleen oefenen van de taijiquan vorm. Na duizenden herhalingen kan men door extreme nauwkeurigheid, verkregen door langzaam en rustig oefenen, snel, krachtig en efficient bewegen in martiale applicaties.
Een van de belangrijkste Taijiquan stijlen kent meerdere vormen, de vormen van het merendeel van andere stijlen zijn afgeleid van een van de vormen van de stijl met meerdere vormen. Deze stijl kent veel meer dan 40 verschillende bewegingen in zijn vormen. De bewegingen lijken in deze stijl erg op bewegingen uit Shaolin stijlen. Kenmerkend voor deze Chen stijl Tai Ji Quan zijn de vele spiraalvormige bewegingen die gebaseerd zijn op het Tai Ji symbool. Deze bewegingen worden apart geoefend als losse Qi Gong oefeningen en vervolgens geintegreerd in de bewegingen van een vorm.
Externe scholen / Wai Jia
De zogenoemde externe stijlen omvatten onder andere de boeddhistische Shaolin Quan stijlen. Hoewel er een globaal verschil in nadruk is wat betreft trainingsmethodes tussen groepen van stijlen martiale kunsten zijn er weinig waarvoor uitsluitend de term externe school of uitsluitend de term interne school gebruikt kan worden. De interne stijlen waaronder taijiquan, Hsing Yi Quan en Ba Gua Zhang zijn doorgaans taoistisch van oorsprong.
vijf Fases / Wu Hsing
De 5 fases komen voor in 4 cycli, groot Yin en Groot Yang worden geassocieerd met Schepping en Vernietiging. Kleiner Yin en Kleiner Jang staan voor Binding en Vrees. De 4 manifestaties zorgen voor wisselingen tussen de 5 fases.
De cyclus van schepping: Aarde schept metaal, metaal schept water, water schept hout, hout schept vuur, vuur schept aarde.
De cyclus van Vernietiging Metaal vernietigt hout, hout vernietigt aarde, aarde vernietigt water water vernietigt vuur vuur vernietigt metaal
De cyclus van binding: metaal is gebonden aan aarde, aarde aan vuur, vuur aan hout, hout aan water en water aan metaal
De cyclus van vrees: vuur vreest water, water vreest aarde, aarde vreest hout, hout vreest metaal en metaal vreest vuur
In taijiquan zijn de 4 cycli en de 5 fases verbonden aan de 5 stappen, de 5 geesthoudingen van taijiquan. In Hsingyiquan zijn ze verbonden met de 5 vuisten.
Schema met Wu-Ji, Tai-Ji, 2 krachten, 4 manifestaties, 8 trigrammen, 4 richtingen, 4 hoeken en 5 fases
Wu Ji (Wu Chi)
Wu Ji is de toestand voordat er Yin of jang te onderscheiden is, voordat Tai Ji bestaat. Vergelijkbaar met de leegte van het heelal voor de oerknal. Het symbool voor Wu ji is een lege cirkel. Het begrip Wu verwijst naar "afwezigheid van" en Ji is het volgens het Taoisme ultieme concept van de complementaire polen Yin en Jang. in de staat van Wu ji is er nog geen sprake van veranderingen.
Yin en Jang
Taoistische filosofie heeft als centrale begrippen Tao, Tai Ji en Yin en Jang. Yin in interactie met Jang wordt Tai Ji genoemd, vandaar de naam Tai Ji Quan, "Primaire Principe Vuist" of Ultiem Uiterste Vuist. De kunst is doordrenkt van het polariseren en integreren van elementaire paren op elk denkbaar en ondenkbaar terrein.
Verder naar lijst met Polariteitparen
terug naar lijst termen en begrippen
Terug naar totaaloverzicht Methode
Methode Hoofdstuk 5
5C Lijst van complementaire tegenpolen
Leeg en Vol
Schijnbaar en Solide
Gebogen en Recht
Rond en Vierkant
Curve en Hoek
Implosie en Explosie
Passief en Actief
Inwaarts en Uitwaarts
Klein en Groot
Verkleinend en Vergrotend
Achter en Voor
Achterwaarts en Voorwaarts
Links en Rechts
Linksom en Rechtsom
Boven en Onder
Opwaarts en Neerwaarts
Optillen en Neertrekken
Langzaam en Snel
Vertragend en Versnellend
Uitademing en Inademing
Ontspannen en Opgespannen
Meegevend en Opvullend
Zinken en Rijzen
Licht en Zwaar
Donker en Licht
Sluiten en Openen
Onderbroken en Ononderbroken
Schuiven en Draaien
Optillen en Kantelen
Voortdurend en Ineens
Roerloos en Bewegend
Stilte en Beweging
Bewegingloosheid en Beweging
Verdeling en Eenheid
Wegleiden en Kleven
Terug naar totaaloverzicht Methode
CC MMX Patrick Springer some rights reserved